Bologna, Italië
Kathleen Vereecken bezocht vorige week voor de allereerste keer de Fiera del Libro per Ragazzi in Bologna. Ze was bereid voor ons verslag uit te brengen.
*
Al bij het begin van mijn schrijversleven nam het woord mythische allures aan: Bologna! De Italiaanse studentenstad, waar in de lente zowat alle kinderboekenuitgevers ter wereld samenkomen.
Al jaren hoorde ik schrijvers, illustratoren en andere boekenmensen lyrisch worden als ze het over de jaarlijkse hoogmis van de jeugdliteratuur hadden. De buzz op de beurs, de oogverblindende diversiteit, de boeiende internationale contacten, de eerste blote benen na de winter en de avondlijke terrassen op de Piazza Maggiore, waar je van de ene ‘Hé, ben jij hier ook?’ in de andere ‘Let’s have a drink together!’ valt. De vertrouwdheid in den vreemde, zoveel creatieve energie op één plaats en – kwestie van weer op aarde neer te dalen – de yummie-keuken: na jaren zuchten en verlangen, besloot ik dat ik mijn twintigste schrijfverjaardag aan de vijftigste verjaardag van de beurs zou koppelen (enfin, dat is eigenlijk niet waar; het bleek achteraf zo uit te komen, maar het klinkt wel goed).
Met z’n drieën – Evelien De Vlieger, Peter Van Olmen en ik – delen we een piepklein torentje op een halfuur wandelen van het centrum. We gedragen ons noodgedwongen als een schuifpuzzel: wil de een naar boven of beneden, dan moet de ander rechtop gaan staan, achteruit stappen en de buik intrekken. We betalen dan ook maar een schijntje.
Na een dag Venetië – stormwind, slagregen, sneeuwbuien, doorweekte schoenen, maar evengoed mooi – lijkt het weer in Bologna nog redelijk mee te vallen: zeker vijf graden – juij – en het regent niet de hele tijd. Over terrasjes maken we ons weinig illusies, maar we zijn niet geneigd ons dat hard aan te trekken. Bologna is een vriendelijke stad als het regent: vrijwel overal gaanderijen, zodat een mens zelfs zonder paraplu relatief droog van hier naar daar geraakt. De eerste avond tafelen we met Birgit, de Duitse uitgeefster van ‘Lara & Rebecca’, bij Eataly: een boekenwinkel annex trattoría. Kwestie van alvast de toon te zetten.
En dan de beurs, want daarover moest dit stukje vooral gaan.
Gigantisch is het eerst woord dat me te binnen schiet. Op de voet gevolgd door overweldigend.
Ik sta er een beetje beduusd bij, want waar begin je? Zoveel hallen, zoveel landen, zoveel stands. Van sober en smaakvol tot hoofdpijnverwekkend schreeuwerig. Van discreet en toch open (de Vlamingen, jazeker) tot imposant en ontoegankelijk (de Engelstalige uitgevers). Van het boekenbeurseffect – acute aanval van twijfel over de zin van het schrijven, neiging tot milde depressie: ‘Miljoenen boeken! Wat heb ik hier nog aan toe te voegen?’ – heb ik gelukkig niet veel last. Zijn die twintig jaar toch ergens goed voor geweest: ik schrijf omdat ik wil of moet schrijven, niet omdat ik iets toe te voegen heb.
Bart Moeyaert, ervaren Bologna-reiziger, ontpopt zich tot reddende engel: hij gidst ons langsheen de highlights aan Europese kant en licht de trends toe. De overvloed wordt op slag een stuk hanteerbaarder.
Bij L’école des Loisirs en Pastel blijven we iets langer hangen. ‘De droom van elke kinderboekenschrijver,’ zegt Bart. We zuchten, kijken, bewonderen, en ik denk met enig ongeduld aan hun al jaren aanslepende plan om een van mijn boeken in het Frans uit te brengen. Het wil maar niet lukken. Van de gelegenheid gebruik maken en me even voorstellen, zegt u? Dat durf ik niet. Het wordt onder uitgevers trouwens ook als not done beschouwd. Ze hebben het zo druk, rollen – samen met de mensen van het Vlaams Fonds voor de Letteren – als speeddaters van de ene afspraak in de andere.
De tentoonstelling van de Zweedse illustratoren – Zweden staat dit jaar centraal – besluiten we, wegens halfdood gelopen en mentaal oververzadigd, voor een tweede bezoek te houden.
’s Avonds eten we op initiatief van het VFL samen met een grote groep illustratoren en schrijvers uit Vlaanderen en Nederland. Met een twintigtal zijn we. Het is fijn en gezellig, maar de lawine aan indrukken – ben dat na jarenlang alleen werken thuis écht niet meer gewend – bezorgt me een merkwaardige en lichtjes gênante dip.
De volgende dag SCHIJNT DE ZON! Het wordt een dagje Bologna-city, maar wel grotendeels in het teken van kinderboeken. In het Archiginniaso bekijken we – het eerder genoemde trio, verrijkt met Kristien Dieltiens – behalve het prachtige anatomische theater ook de prentenboekententoonstelling. Centraal staat het mooie ‘Baci’ van Goele Dewanckel.
En in het Oratorio della confraternita dei battuti loopt een bijzonder intrigerende tentoonstelling rond de Bolognese illustrator Wolfango. Er hangen voorbeelden van zijn meer artistieke werk, maar ook zijn illustraties voor jongensboeken – échte jongensboeken vol piraten met messen tussen de tanden, gemene boeventronies en helden, boeken die nog ongegeneerd bloederig mochten zijn – lonen de moeite.
Op avond drie eten we alweer met een fijne groep collega’s en mensen van Stichting Lezen. En de laatste avond – bijna iedereen is dan alweer vertrokken – met een klein groepje van vier. De stoom mag eraf, we dansen het geslenter uit onze benen.
En dat het leuk was. En boeiend en interessant.
En dat het naar meer smaakt. Volgend jaar misschien. Wie weet.
Maar laat me nu maar even met rust.
Ik moet schrijven.
Foto’s van Evelien de Vlieger en Peter van Olmen.
Meer foto’s vind je hier.

























