Bologna, Italië

Posted by Villa Kakelbont @ 2:21 pm, Thursday, April 4, 2013

Kathleen Vereecken bezocht vorige week voor de allereerste keer de Fiera del Libro per Ragazzi in Bologna. Ze was bereid voor ons verslag uit te brengen.

*

Al bij het begin van mijn schrijversleven nam het woord mythische allures aan: Bologna! De Italiaanse studentenstad, waar in de lente zowat alle kinderboekenuitgevers ter wereld samenkomen.
Al jaren hoorde ik schrijvers, illustratoren en andere boekenmensen lyrisch worden als ze het over de jaarlijkse hoogmis van de jeugdliteratuur hadden. De buzz op de beurs, de oogverblindende diversiteit, de boeiende internationale contacten, de eerste blote benen na de winter en de avondlijke terrassen op de Piazza Maggiore, waar je van de ene ‘Hé, ben jij hier ook?’ in de andere ‘Let’s have a drink together!’ valt. De vertrouwdheid in den vreemde, zoveel creatieve energie op één plaats en – kwestie van weer op aarde neer te dalen – de yummie-keuken: na jaren zuchten en verlangen, besloot ik dat ik mijn twintigste schrijfverjaardag aan de vijftigste verjaardag van de beurs zou koppelen (enfin, dat is eigenlijk niet waar; het bleek achteraf zo uit te komen, maar het klinkt wel goed).
Met z’n drieën – Evelien De Vlieger, Peter Van Olmen en ik – delen we een piepklein torentje op een halfuur wandelen van het centrum. We gedragen ons noodgedwongen als een schuifpuzzel: wil de een naar boven of beneden, dan moet de ander rechtop gaan staan, achteruit stappen en de buik intrekken. We betalen dan ook maar een schijntje.
Na een dag Venetië – stormwind, slagregen, sneeuwbuien, doorweekte schoenen, maar evengoed mooi – lijkt het weer in Bologna nog redelijk mee te vallen: zeker vijf graden – juij – en het regent niet de hele tijd. Over terrasjes maken we ons weinig illusies, maar we zijn niet geneigd ons dat hard aan te trekken. Bologna is een vriendelijke stad als het regent: vrijwel overal gaanderijen, zodat een mens zelfs zonder paraplu relatief droog van hier naar daar geraakt. De eerste avond tafelen we met Birgit, de Duitse uitgeefster van ‘Lara & Rebecca’, bij Eataly: een boekenwinkel annex trattoría. Kwestie van alvast de toon te zetten.
En dan de beurs, want daarover moest dit stukje vooral gaan.
Gigantisch is het eerst woord dat me te binnen schiet. Op de voet gevolgd door overweldigend.
Ik sta er een beetje beduusd bij, want waar begin je? Zoveel hallen, zoveel landen, zoveel stands. Van sober en smaakvol tot hoofdpijnverwekkend schreeuwerig. Van discreet en toch open (de Vlamingen, jazeker) tot imposant en ontoegankelijk (de Engelstalige uitgevers). Van het boekenbeurseffect – acute aanval van twijfel over de zin van het schrijven, neiging tot milde depressie: ‘Miljoenen boeken! Wat heb ik hier nog aan toe te voegen?’ – heb ik gelukkig niet veel last. Zijn die twintig jaar toch ergens goed voor geweest: ik schrijf omdat ik wil of moet schrijven, niet omdat ik iets toe te voegen heb.

Het roze fort van uitgeverij Usborne.

Er zijn ook hoofdpijnverwekkende stands.

Bart Moeyaert, ervaren Bologna-reiziger, ontpopt zich tot reddende engel: hij gidst ons langsheen de highlights aan Europese kant en licht de trends toe. De overvloed wordt op slag een stuk hanteerbaarder.

Bart Moeyaert als ervaren gids.

Bij L’école des Loisirs en Pastel blijven we iets langer hangen. ‘De droom van elke kinderboekenschrijver,’ zegt Bart. We zuchten, kijken, bewonderen, en ik denk met enig ongeduld aan hun al jaren aanslepende plan om een van mijn boeken in het Frans uit te brengen. Het wil maar niet lukken. Van de gelegenheid gebruik maken en me even voorstellen, zegt u? Dat durf ik niet. Het wordt onder uitgevers trouwens ook als not done beschouwd. Ze hebben het zo druk, rollen – samen met de mensen van het Vlaams Fonds voor de Letteren – als speeddaters van de ene afspraak in de andere.

Els Aerts in de stand van het VFL.

Bologna = serieus onderhandelen.

De tentoonstelling van de Zweedse illustratoren – Zweden staat dit jaar centraal – besluiten we, wegens halfdood gelopen en mentaal oververzadigd, voor een tweede bezoek te houden.
’s Avonds eten we op initiatief van het VFL samen met een grote groep illustratoren en schrijvers uit Vlaanderen en Nederland. Met een twintigtal zijn we. Het is fijn en gezellig, maar de lawine aan indrukken – ben dat na jarenlang alleen werken thuis écht niet meer gewend – bezorgt me een merkwaardige en lichtjes gênante dip.
De volgende dag SCHIJNT DE ZON! Het wordt een dagje Bologna-city, maar wel grotendeels in het teken van kinderboeken. In het Archiginniaso bekijken we – het eerder genoemde trio, verrijkt met Kristien Dieltiens – behalve het prachtige anatomische theater ook de prentenboekententoonstelling. Centraal staat het mooie ‘Baci’ van Goele Dewanckel.

Baci!

En in het Oratorio della confraternita dei battuti loopt een bijzonder intrigerende tentoonstelling rond de Bolognese illustrator Wolfango. Er hangen voorbeelden van zijn meer artistieke werk, maar ook zijn illustraties voor jongensboeken – échte jongensboeken vol piraten met messen tussen de tanden, gemene boeventronies en helden, boeken die nog ongegeneerd bloederig mochten zijn – lonen de moeite.

Bloederige prenten van Wolfango

Op avond drie eten we alweer met een fijne groep collega’s en mensen van Stichting Lezen. En de laatste avond – bijna iedereen is dan alweer vertrokken – met een klein groepje van vier. De stoom mag eraf, we dansen het geslenter uit onze benen.
En dat het leuk was. En boeiend en interessant.
En dat het naar meer smaakt. Volgend jaar misschien. Wie weet.
Maar laat me nu maar even met rust.
Ik moet schrijven.

Foto’s van Evelien de Vlieger en Peter van Olmen.

Meer foto’s vind je hier.

 

New York

Posted by Villa Kakelbont @ 11:48 am, Monday, December 17, 2012

Auteurs verblijven wel meer in het buitenland, zagen we al in deze rubriek, om schoollezingen te geven, congressen bij te wonen … Anna Woltz sprong in het diepe en vertrok drie maanden naar the Big Apple op zoek naar een boek.

*

Deze herfst woonde ik drie maanden in New York.
‘Wat stoer,’ zeiden mijn vrienden, toen ze een jaar geleden van mijn plannen hoorden. ‘Dat wil ik ook!’ riepen ze, toen ik een appartementje vond in Downtown Manhattan.
Maar toen, ongeveer een week voor mijn vertrek, begonnen ze opeens vragen te stellen. Of eigenlijk was het maar één vraag.
‘Wat ga je daar eigenlijk doen? In je eentje? Drie maanden lang?’
Leven, zei ik. De stad leren kennen. Rondlopen. Eens even níet achter de computer zitten. Dingen meemaken. En een verhaal verzinnen voor mijn nieuwe boek.
Mijn vrienden knikten, maar ik wist dat ze het een onbevredigend antwoord vonden. En zelf had ik stiekem ook mijn twijfels. Dat nieuwe boek wilde ik in New York laten spelen, maar verder had ik geen enkel idee waar het over zou gaan. ‘Ik wil me nog niet vastleggen,’ zei ik dan maar. ‘Ik hoop ergens tegenaan te lopen.’ Ik geloofde het zelf maar half, maar mijn ticket was geboekt, en begin september vertrok ik.

ny

Nu ben ik weer terug in Nederland en kan ik volmondig zeggen: het is gelukt! Ik heb geleefd. Ik heb dagenlang door Central Park gedwaald. Beroemde schrijvers horen voorlezen. Langs de Hudson gefietst. De grote en de kleine musea bezocht – het Metropolitan Museum zelfs zes keer. Drop me ergens op Manhattan (of in Brooklyn) en ik leid je zo naar de beste coffee place en de lekkerste bagels.
En ik heb mijn verhaal gevonden. Of eigenlijk: mijn verhaal vond mij – het blies me bijna omver.
Eerst leek het niet te gaan lukken. Het was fantastisch om in elk museum te kunnen denken: hmm, zal ik hier eens een boek over gaan schrijven? Maar ik werd nooit écht gegrepen – en dat is nodig, wanneer je daarna minstens een half jaar dag in dag uit met zo’n verhaal gaat leven. Even dacht ik mijn onderwerp gevonden te hebben in het Tenement Museum, dat het verhaal vertelt van de immigranten die in de negentiende en twintigste eeuw naar New York zijn gekomen.
Het is een prachtig, aangrijpend verhaal, dat begint met een bootreis en het Vrijheidsbeeld, maar het is ook een ingewikkeld verhaal. Veel eerder in de geschiedenis reisden er Nederlanders en Vlamingen naar New York, maar in de periode die ik wilde beschrijven, kwamen de immigranten vooral uit Oost-Europa en Italië.
En een verhaal over een joods kind dat vanuit Rusland immigreert naar NYC’s Lower East Side, dat eerst jiddisch spreekt en daarna Amerikaans – het leek me allemaal te ingewikkeld voor moderne tienjarigen. Natuurlijk is zo’n verhaal mogelijk, maar ik was bang dat ik teveel zou verliezen, dat ik teveel zou moeten opofferen om het verhaal begrijpelijk te maken.

Twee maanden lang was ik dus gelukkig in New York, maar een verhaal vond ik niet. En toen kwam orkaan Sandy.
Maandag 29 oktober zou Sandy New York bereiken, dus op zondag sloeg ik samen met de rest van de stad voorraden in. De rijen in de supermarkten waren langer dan ik ooit had gezien en de schappen raakten leeg, maar verder deden de New Yorkers nogal lacherig over de naderende orkaan. Vorig jaar was het ook meegevallen met Irene, dus de media moesten gewoon niet zo overdrijven…

sandy-1

Maar het viel niet mee. Een deel van Manhattan overstroomde, half Manhattan kwam zonder elektriciteit te zitten, en andere delen van New York City werden nog veel harder getroffen: huizen werden weggeslagen, een volledige wijk brandde plat en miljoenen mensen hadden opeens geen elektriciteit en water meer.
Ik behoorde tot de semi-gelukkigen: ik had wel nog water, en ik heb maar vier dagen zonder stroom gezeten. Maar ook vier dagen is láng, wanneer je in de eentje in een vreemde stad woont. Elke ochtend liep ik veertig blokken naar het noorden, op zoek naar licht en warmte en bereik voor mijn mobieltje. En elke avond liep ik veertig blokken naar het zuiden, door een pikdonkere stad.
Ik heb Manhattan op een uitzonderlijke manier leren kennen, en de black out heeft diepe indruk op me gemaakt. Terwijl het gaande was, dacht ik helemaal niet na over een eventueel boek. Ik wilde dat het zo snel mogelijk voorbij was, want aan het einde van de week zou het gaan vriezen, en ik was bang voor de kou. Ik was bang dat mijn water toch nog zou uitvallen, want er was sprake van tekorten. En na een paar gesprekken op straat kreeg ik door dat ik misschien iets te makkelijk en vrolijk door het donker banjerde – nog wat meer naar het zuiden was er al een avondklok ingesteld, om plunderingen tegen te gaan…

sandy-2

Maar zodra er weer licht was, en mijn kamer weer warm was, begon ik wél te denken over mijn boek. Waar kon ik eigenlijk beter over schrijven dan over Sandy? Ik had de orkaan zelf meegemaakt. Een prachtig verhaal had mij bijna omver geblazen. Daar moest ik gebruik van maken.
En dat doe ik dus. Mijn volgende boek zal over Sandy gaan. Ik ben nu weer een week terug in Nederland. Maar de komende maanden mag ik in mijn hoofd nog heerlijk in New York wonen.

ny-2

Beijing

Posted by Villa Kakelbont @ 9:52 am, Monday, September 17, 2012

Elise Vanoosthuyse, projectmedewerker buitenland van het Vlaams Fonds voor de Letteren, bezocht onlangs de Internationale Boekenbeurs van Beijing in China. Ze brengt voor ons verslag uit van haar verblijf daar.

*

Op 26 augustus zetten mijn collega’s en ik voet op Chinese bodem. Drie dagen later begint hier de Beijing International Book Fair – de vierde grootste professionele boekenbeurs ter wereld. Met de recentste titels in onze koffers en een druk afsprakenschema op zak, zijn we klaar om China te overtuigen nog meer Vlaamse literatuur uit te brengen. Zodra we de douane passeren, laten we ‘Koen’, ‘Michiel’ en ‘Elise’ achter en worden we voor een week Bo Shiqun (‘Meester Bo die de volksmassa’s opvoedt’), Xia Meihe (‘Mooie Vrede’) en Fan Aili (‘houdt van schoonheid’).

De opbouw en inrichting van onze stand verloopt vlot – alle boekendozen zijn de strenge douane gepasseerd, onze Chinese brochure ziet er perfect uit en de Chinese tekens boven onze stand blijken ook echt ‘Flanders, region of Belgium’ te betekenen. We krijgen meteen de waarschuwing de eerste dag ruim op tijd naar de beurs te komen omdat de minister van propaganda de beurs zal bezoeken, wat met grote veiligheidsvoorschriften gepaard gaat. De ervaring van het jaar voordien staat nog in ons geheugen gegrift: toen werden de beurshallen ontruimd en lag alles een namiddag stil. En effectief: wie die dag iets na 9 aan het beursgebouw aankomt, kan een tweetal uur buiten in de verzengende hitte wachten en mist zijn afspraken.  Onbegrijpelijk voor ons – normaal voor de Chinezen.

stand-vfl_400

Net zoals op andere beurzen, hebben we er elk half uur een afspraak met een uitgever en stellen we boeken voor die in hun fonds zouden kunnen passen. We laten hen kennis maken met alle genres: proza, non-fictie, prentenboeken, jeugdromans, graphic novels en poëzie. Vaak zoeken ze iets heel concreets: van prentenboeken met dieren of over families, liefdesverhalen voor volwassenen, ‘picture books for office ladies’ (‘want die hebben niet veel tijd om te lezen’) tot de grote klassiekers of biografieën over schilders à la Rubens. Daarbij voegen ze er nog aan toe dat het boek liefst ook een bestseller moet zijn, een prijswinnaar en deel van een serie.

Op de beurs van Peking gaat het er iets chaotischer aan toe dan op andere beurzen: heel veel uitgevers komen spontaan langs, omdat ze een titel in onze brochure ontdekten die hen interessant lijkt, of omdat ze op onze boekenplanken een boek vinden dat hen fascineert. Geruchten over de kwaliteit van onze Vlaamse illustratoren gingen als een lopend vuurtje door de beurs, waardoor heel wat uitgevers in onze prentenboeken kwamen bladeren en meteen wilden onderhandelen over de rechten. In China gaat het echt wel hard: sinds onze terugkeer begin september zijn er al verschillende prentenboeken verkocht, en is er een deal om Plunk, een tekstloze gagreeks  van Cromheecke & Letzer, in een jongerentijdschrift te publiceren.

Onze tolken maken van de beurs ook een aparte ervaring. Na enkele gesprekken kunnen ze perfect de inhoud van een boek vertellen en het is best bijzonder om vast te stellen dat ze bij prentenboeken op precies dezelfde dingen wijst die je zelf in een eerder gesprek aanhaalde, terwijl ze van de Nederlandstalige tekst geen jota begrijpen. Helemaal vreemd werd het toen een Koreaanse uitgeefster haar tolk meebracht, en het gesprek van het Engels naar het Chinees, en van het Chinees naar het Koreaans vertaald moest worden. Voor mij was het sowieso allemaal Chinees…

tolken-en-vfl_400

Op vraag van een Chinese uitgeverij vertaalden onze tolken ook nog de inhoudstafel van de Beethovenbiografie van Jan Caeyers. Een grote uitdaging voor hen – we hopen dan ook dat hun inspanning een uitgeverij kan overtuigen het hele boek te vertalen, het ziet er alvast naar uit van wel.

chinese-vertaling-van-de-beethoveninhoudsopgave_400

Chinezen verschillen behoorlijk van ons. Ze zijn heel direct: van ‘you have a handsome colleague’ tot ‘I like your dress, where did you buy it?’.  Op een beurs hebben we ook nooit eerder zo vaak moeten poseren voor een foto. En dan had ik het nog niet over hun opvattingen over mode (lees: mannen van alle leeftijden en gewicht lopen graag met hun buik bloot). En toch zijn de verschillen vaak ook miniem: in 2014 lezen ze daar ook ‘Het verdriet van België’ van Hugo Claus en Chinese en Vlaamse kinderen houden duidelijk van dezelfde boeken.

chineesje-leest-de-zesde-dag_400

Londen

Posted by Villa Kakelbont @ 2:38 pm, Thursday, August 30, 2012

Waar kan je beter een babbeltje doen met collega’s uit Azerbeidjan, Finland, Slovenië, de Verenigde Staten, Griekenland, Italië, Zweden en Maleisië? Waar kan ik mezelf voorstellen als Liaison Officer of IBBY-Belgium, Flemish branch (o wat klinkt dat toch lekker officieel) zonder dat mensen reageren met ‘huh?’?
Van 23 tot 26 augustus vond in Londen het 33ste IBBY Congres plaats, en dat is precies waar ik heen ging.

Mensen die voor de eerste keer het tweejaarlijks congres bijwonen van de International Board on Books for Young People zijn altijd overdonderd door de indrukwekkende mix aan nationaliteiten en de hartelijke sfeer. Voor mij was het al de derde keer (some girls have all the luck), en het was een beetje thuiskomen. Ik werd vergezeld door collega Fieke van der Gucht, die samen met iemand van Stichting Lezen Nederland een praatje zou houden over De Weddenschap, en onze directeur Majo de Saedeleer, die uitgenodigd was om n.a.v. 20 jaar Bookstart in een panel haar ervaringen over Boekbaby’s te delen.
Mijn rol bestond erin om de IBBY-activiteiten te volgen. Het congres biedt immers niet alleen een waaier van interessante sprekers uit binnen- en buitenland, maar is uiteraard ook de gelegenheid bij uitstek om alle afgevaardigden van de nationale secties bij elkaar te krijgen om het reilen en zeilen van de internationale netwerkorganisatie te evalueren en de toekomst uit te stippelen.
Zo nam ik deel aan het Open Forum en de Regionale meeting van alle Europese IBBY’s. We praatten over nieuwe projecten die op stapel staan en over twinning – lange termijn samenwerking en uitwisseling tussen twee IBBY-afdelingen waarbij een meer begoede afdeling een minder begoede vaak financieel ondersteunt.
Meer statutaire kwesties kwamen aan bod in de General Assembly, waar we afscheid namen van vice-voorzitter Wally de Doncker, die aan het einde van zijn termijn was gekomen, en een nieuw bestuur kozen.
En ik nam, als kersvers Bookbird Correspondent voor België, ook deel aan de redactievergadering voor Bookbird, het internationale vaktijdschrift voor jeugdliteratuur en leesbevordering. IBBY-Vlaanderen heeft zich ook voorgenomen om in de toekomst onze aanwezigheid in het tijdschrift te versterken, met bijvoorbeeld artikelen van Vlaamse onderzoekers, signalementen van Vlaamse jeugdliteratuur of rapporten over leesbevorderingsprojecten in Vlaanderen. Zo verschijnt er op vraag van de Bookbirdredactie binnenkort al een artikel over De Weddenschap.

Gelukkig was er tussen alle vergaderingen door ook tijd om hapjes te nemen uit het mooie lezingenprogramma. En we werden verwend. De plenaire sessies, en vooral dan de keure aan auteurs die daarvoor werd ingeschakeld, waren van de mooiste en de indrukwekkendste die ik al op een IBBY Congres (of eigenlijk op enig ander congres) zag. Natuurlijk heeft het Verenigd Koninkrijk een flinke stapel grote namen in voorraad als het op jeugdliteratuur aankomt, maar de organisatoren waren niet te beroerd–zoals het bij een internationaal congres betaamt- om ook enkele blikken buitenlanders open te trekken. En zo komt het dat we mochten luisteren naar de Engelse Children’s Laureates Michael Morpurgo, Anthony Browne en Julia Donaldson, maar was ook bijvoorbeeld België mooi vertegenwoordigd met Bart Moeyaert en Kitty Crowther in het plenaire gedeelte. Verhalenvertellers uit Wales, Palestina en Mongolië pakten moeiteloos zelfs de meest sceptische luisteraar in (al viel het stiekem toch ook op dat het maar een dunne lijn is tussen Mongoolse volksmuziek en Duitse schlagers). Shaun Tan zei de slimste dingen in zijn Australisch accent en met zijn droge humor. Michael Rosen (ja, die van Wij gaan op berenjacht) kreeg de zaal plat met verhalen over zijn joods communistische familie.
Als we hadden gekund, we hadden ze in onze koffer mee naar huis gebracht, want u zou ze eigenlijk ook aan het woord moeten kunnen horen.

Van één ding word ik een beetje ongemakkelijk op dit congres. Het ligt aan mij, het ligt niet aan het congres. Het is zelfs volkomen gepast in een congres met als thema Crossing boundaries: translations and migrations: zoveel sprekers en deelnemers lijken wel een mix van minstens twee nationaliteiten. Zweeds-Engels-Belgisch. Chinees-Maleisisch-Engels-Iers. Tsjechisch-Amerikaans. Armeens-Libanees-Frans. Iraans en als achttienjarige alleen naar Engeland verhuisd. Ik hoor het en ik voel me verschrikkelijk dorps, ik die woon op geen 10 kilometer op de plek waar mijn ouders en grootouders geboren zijn. Een saai, onavontuurlijk buitenbeentje.
Ah well, dat doet zo’n congres ook, natuurlijk: een spiegel voorhouden.

(Eva Devos)

Meer lezen over het congres kan hier:

De blog van de organisatie zelf, ALMA, Amerikaans Blogster Monica Edinger dag 1dag 2dag 3dag 4, schrijster Dianne Hofmeyr en in het Reformatorisch Dagblad.

München

Posted by Villa Kakelbont @ 9:57 am, Thursday, August 9, 2012

Van 15 tot en met 20 juli vond in München het White Ravens Festival plaats, een groot literatuurfestival in de Internationale Jugendbibliothek. Toin Duijx was erbij en vertelt over een weekje witte raven.

*

foto1munchen

Zelfs als je al bijna dertig jaar regelmatig in het middeleeuwse ‘boekenslot’ komt, waar de Internationale Jugendbibliothek gevestigd is, blijft een bezoek indrukwekkend. Een écht kasteel, met torens en een slotgracht, en dat helemaal vol met kinder- en jeugdboeken en medewerkers die daar de hele dag mee bezig zijn. In 1983 was ik er voor het eerst, als student met een beurs voor drie maanden. Toen eind jaren tachtig door de bezuinigen het ‘Niederländische lektorat’ dreigde opgeheven te worden, ben ik als vrijwilliger aan de slag gegaan. Sinds die tijd ben ik verantwoordelijk voor de Nederlands- en Friestalige collectie van de bibliotheek. Dankzij de medewerking van bijna alle uitgevers in Nederland, Vlaanderen en Fryslân, die steeds weer een of twee exemplaren van hun nieuw verschenen boeken ter beschikking stellen, is de collectie zeer representatief.

foto2munchen

Van 15 tot en met 20 juli was er een groot literatuurfestival in de Internationale Jugendbibliothek: het White Ravens Festival. Witte raven zijn zeldzaam, maar ze bestaan. Elk jaar stelt het instituut een tentoonstelling (met catalogus) samen van de meest bijzondere boeken van het afgelopen jaar, boeken verschenen in meer dan dertig talen, en die boeken worden de White Ravens genoemd. De tentoonstelling gaat altijd eerst naar de kinderboekenbeurs in Bologna, en trekt daarna de hele wereld rond. Toen enkele jaar geleden de gedachten over een jeugdliteratuurfestival meer concreet werden, heeft het kiezen van een naam niet lang geduurd. Het zijn de witte raven tussen al die andere raven die aandacht verdienen. Benny Lindelauf heeft het veel mooier omschreven:

foto4munchen1

Op zondag 15 juni werd ’s middags het festival officieel geopend in een grote tent die op de binnenplaats van het slot was neergezet. ’s Morgens was er een soort van opening geweest voor de auteurs, medewerkers, vrijwilligers en – heel belangrijk – de sponsors. Gelukkig zonder ellenlange toespraken, maar wel met alle veertien auteurs die op het podium gevraagd werden, een witte raaf van de tak boven het podium plukten, en de vraag beantwoordden die daarin stond. Dat waren geen diep filosofische vragen, maar eenvoudige vragen over wat hun lievelingsboek is, of wat zij nog liever doen dan schrijven. Alle auteurs gaven antwoord in hun eigen taal, en dat werd dan kort in het Duits samengevat. Het was een mooie kennismaking, zeker ook om allerlei talen (Russisch, Frans, Spaans, Engels, Hebreeuws, Nederlands, Pools en nog enkele talen) te horen.

foto5munchen

Maar ’s middags was er dus het openingsfeest voor de bezoekers van het festival (zowel kinderen als volwassenen). Dreigende, donkere wolken verzamelden zich boven het slot. De eerste lezing was van de Zweedse schrijfster Frida Nilsson. Van haar zijn nog geen boeken in het Nederlands vertaald. Zij las het eerste hoofdstuk uit haar boek voor in het Zweeds. Nadat daar een heel korte samenvatting van gegeven was, nam een toneelspeler het over en las verder voor in het Duits. De opzet van het festival is dat de bezoekers ook kennismaken met de oorspronkelijke taal waarin een boek verschenen is.

foto6munchen

Sylvain Rivard (uit Quebec, Canada) vertelde daarna indianenverhalen waarbij hij zong in een taal die nog slechts door vijftig mensen gesproken wordt. Hij vertelde ook dat de kinderen (en volwassenen) niet mochten klappen, maar in plaats daarvan met hun handen moest wapperen. De indianen gebruiken het klappen om regen te vragen. Niet iedereen hield zich hieraan en dat hebben we geweten. Een enorm onweer barstte tijdens zijn voordracht boven het slot los. Gelukkig waren de donder en bliksem snel voorbij, maar helaas heeft het nog wel de hele middag tussendoor even geregend. Erg jammer voor alle andere activiteiten (schilderen, knutselen, boekbesprekingen e.d.).

In de tent had men echter geen last van de regen. Iedereen was heel geboeid bij het voorlezen van Jenny Valentine (Engeland, vertalingen bij Moon) en bij de in Duitsland (eigenlijk in heel de wereld) zeer bekende Jutta Richter (vertalingen bij Leopold en Lannoo). De middag werd afgesloten met een geweldig optreden van Benny Lindelauf (Nederland), die voorlas, vertelde, gitaar speelde, zong… begeleid op accordeon door Liselore Strijdhorst. Hij las voor in het Nederlands, Limburgs en Duits, en hij liet de kinderen meezingen bij een Limburgs lied. Een mooiere afsluiting was niet mogelijk geweest. Toen ik maandagmorgen achter mijn bureau zat, hoorde ik dat op verschillende plaatsen over zijn voordracht heel lovend gesproken werd.

foto7munchen1

foto8munchen1

Van maandag tot en met vrijdag gaven de auteurs voordrachten in het slot zelf, maar vooral ook op scholen en bibliotheken in de omgeving (en dat moet je ruim nemen, want sommige auteurs hebben uren moeten reizen). De veertien auteurs hebben samen meer dan 80 instellingen bezocht. Een enorme organisatie, maar het verliep allemaal vlekkeloos. Nog enkele namen van auteurs die hebben deelgenomen: Bernard Beckett (Nieuw Zeeland), Anne-Laure Bondoux (Frankrijk, vertalingen bij Gottmer en Van Goor), Iwona Chmielewska (Polen), Suzan Geridönmez (Turkije), Daniel Nesquens (Spanje) en Nikolaj Ponomarev (Rusland). Een interiew van scholieren met Nils Mohl (Duitsland, zijn debuut Er war einmal Indianerland heeft veel prijzen gekregen en moet echt in het Nederlands vertaald worden) is hier te zien.

foto9munchen

Heel bijzonder waren de lezingen van Uri Orlev (Israel) en Mirjam Pressler (Duitsland) tijdens de bijeenkomst op dinsdagavond. Met de mooie titel ‘Gegen das vergessen’ gingen zij diep in op de Holocaust in hun boeken. Het was duidelijk dat beide auteurs geen vingertje willen opheffen, maar in hun boeken willen laten zien hoe het leven was tijdens de Holocaust. Orlev vertelde over de spelletjes, de verhalen, de ‘streken’ die hij samen met zijn jongere broer in het getto van Warschau uithaalde. Als kind vond hij alles spannend. Pas later is hij echt gaan beseffen wat er allemaal is gebeurd.

foto10munchen1

Pressler gebruikte het verhaal van een vriendin die zij ruim dertig jaar geleden in een kibboets in Galilea had leren kennen als bron voor haar laatste boek (Een boek voor Hanna, 2011). Zij heeft het zelf allemaal niet meegemaakt, maar door de verhalen van veel mensen te combineren weet zij een realistisch, invoelbaar beeld van die tijd neer te zetten. Een heel indrukwekkende avond. De dag daarna ben ik, voor ik eigenlijk weer achter mijn bureau moest gaan zitten, de tentoonstelling van Janusz Korczak in het slot gaan bekijken. De beelden die ik had bij de verhalen van Orlev, kwamen nog meer tot leven.

foto12munchen

Bij de voordrachten die ik bijgewoond heb tijdens het festival viel steeds op hoe goed het publiek voorbereid was. En ondanks dat ik soms wel eens een jongere met zijn mobieltje druk bezig zag, waren de meeste kinderen (en volwassenen) zeer geïnteresseerd. Benny Lindelauf wist een groep 13-jarigen (die allemaal zijn boek gelezen hadden én bij zich hadden - arme Benny heeft ik-weet-niet-hoeveel boeken moeten signeren) én een groep volwassenen (van het Goethe instituut) tegelijkertijd te boeien. En ik heb (als Brabander!) enorm genoten van de Limburgse liederen. De verteller van indianenverhalen slaagde erin om een grote groep kinderen van ongeveer 7 jaar een uur lang rustig te houden in de binnentuin van het slot (ook al moest hij halverwege uitwijken naar de grote lezingenzaal omdat het hem ook nu weer lukte regen op te roepen).

foto13munchen

Donderdagavond was er voor de gasten en medewerkers een feest in de grote tent. Muziek, halve liters bier, typisch Beiers eten (heel veel vlees, maar er was ook nog meer). Er werd met elkaar over boeken en schrijven gesproken, er werd gedanst, gezongen, en het werd erg laat. Gelukkig was mijn hotel slechts vijf minuten lopen van het ‘boekenslot’ en viel de hoofdpijn vrijdagmorgen wel mee.

Hopelijk over twee jaar de derde – even geslaagde – editie!

(Toin Duijx)

script filename C:\\inetpub\\vhosts\\villakakelbont.be\\httpdocs\\blog\\Index.php
doc root /
can't detect root path
[56980935]