In de maandelijkse rubriek In de vitrine tipt een boekhandelaar een opmerkelijk boek. Deze maand de keuze van Sofie Van der Ven van ‘t Stad Leest in Antwerpen.
*
Naar de maan verscheen in 2008 in het Engels onder de titel Cosmic. In 2009 kwam de Nederlandstalige versie uit en nu, zo’n 3 jaar later is het nog steeds geen alle-records-brekende bestseller. Wat echt héél raar is. Om niet te zeggen onbegrijpelijk. Want misschien is dit wel het leukste jeugdboek dat de afgelopen jaren verschenen is! Sinds de Diamant-broertjes reeks van Anthony Horowitz was het me niet meer overkomen dat m’n moeder onderaan de trap riep waarom ik zo zat te lachen ’s avonds laat op m’n kamertje. Ondertussen is het weliswaar m’n echtgenoot geworden die de vraag stelt, maar met dit boek heb ik echt nog eens in m’n bed zitten gieren van het lachen. Een absolute aanrader dus voor jongens en meisjes van 11 tot 111 jaar met een goed gevoel voor kurkdroge, Britse humor!
Het verhaal … Liam is een jongen van 12 maar door zijn enorme lengte en vroegtijdige baardgroei wordt hij wel voor voor een volwassene aanzien. Dat is een enorm voordeel wanneer je een gevaarlijke kermisattractie in wil of een proefritje met een wagen uit de Porsche –showroom wil maken. Maar, het wordt pas helemaal spannend wanneer Liam en zijn klasgenootje Florida zich gaan voordoen als vader en dochter om te kunnen deelnemen aan een wedstrijd, georganiseerd door het spiksplinternieuwe en hypermoderne pretpark ‘Lunapark’ in China. De winnaars maken kans om ‘De allergrootste Attractie in de Wereldgeschiedenis: De Raket’ te mogen uittesten. Uiteindelijk blijkt “De Raket” een échte raket te zijn, maar wanneer de winnaars dat beseffen zitten ze al in een baan om de aarde. En de winnaars dat zijn 4 verschillende kinderen uit de hele wereld. En Liam… Die mee is als ‘verantwoordelijke ouder’.
Enkele citaten om alvast van te watertanden:
“Ik heb mijn grote Vikingschip van Playmobil weer in de doos gedaan op de dag waarop ik ontdekte dat ik haar op m’n kin kreeg. Ik dacht dat iemand met een baard, ook al was het maar een pluizige, waarschijnlijk te oud voor Playmobil was. Ik zei net dat Ik die baardgroei ontdekte, maar eerlijk gezegd had ik daar zelf nog nooit iets van gezien. Wij hebben namelijk spaarlampen in de badkamer.”
“Mijn vader en moeder stuurden me naar een toneelclubje, de Kleine Ster. Elke zaterdagochtend. Lisa, die het clubje leidde bekeek me eens goed, trok een bedenkelijk gezicht en zei: ‘het is eigenlijk een toneelclub voor kinderen.’ ‘Hij is twaalf,’ zei mijn vader. ‘Wat? U bedoelt geestelijk?’ ‘Nee. Lichamelijk. En geestelijk ook, geloof ik. Hij is twaalf, geestelijk, lichamelijk, emotioneel, de hele mikmak. Hij is alleen nogal groot. En stoppelig.’ ‘Goh!’ Ze keek alsof ze hem niet geloofde. Ik liet haar mijn paspoort zien. ‘Het is een slim joch,’ zei mijn vader. ‘Hij zit in de klas voor hoogbegaafden.’ ‘Maar hij is niet bepaald een kleine ster, he?’ zei Lisa. ‘Als we nou de GVR deden, was hij helemaal perfect!’