Prinsengracht, Amsterdam
Griet Loix ging nog eens naar Amsterdam, met Niets is wat het lijkt van Aidan Chambers in haar handtas. Niet alleen komen daar zeer herkenbare stukken Amsterdam in voor, maar uit goede bron had ze ook vernomen dat Aidan Chambers zich op een bestaand huis van een bekende kinderboekendame had gebaseerd voor onderstaand fragment.
*
Het liefst ging hij even schuilen, uitrusten en wachten tot de bui voorbij was, maar hij zag geen geschikte plek. Toen kwam hij bij een huis met een steile trap van zes treden die naar een zware voordeur in een portiek leidde. Hier was tenminste enige beschutting. (…)

‘Is er iets? Kan ik je helpen?’
Onderaan de trap stond een oude vrouw tegen hem te praten. (…)
‘Wacht hier maar.’
In plaats van de trap op te komen, zoals hij verwacht had, draaide ze zich om en maakte aanstalten weg te gaan. Jacob vroeg zich af waar ze heen ging en daalde af naar de straat, waar hij nog net haar ronde rug zag verdwijnen tussen de overhangende takken van klimop en rozen die samen met talloze bloempotten vol rode en witte planten een weelderige omlijsting van de ramen van een souterrain vormden. Ze ging het souterrain binnen door het ene kelderraam, dat een deur bleek te zijn met een traliehek ervoor. Net de ingang van een grot of een onderaards hol, vond hij.

(…)
Onder het wachten zag hij een witte rondvaartboot door de gracht glijden.

Uit: Niets is wat het lijkt / Aidan Chambers (Querido, 2000)












