Prinsengracht, Amsterdam

Posted by Villa Kakelbont @ 10:18 am, Monday, January 23, 2012

Griet Loix ging nog eens naar Amsterdam, met Niets is wat het lijkt van Aidan Chambers in haar handtas. Niet alleen komen daar zeer herkenbare stukken Amsterdam in voor, maar uit goede bron had ze ook vernomen dat Aidan Chambers zich op een bestaand huis van een bekende kinderboekendame had gebaseerd voor onderstaand fragment.

*
Het liefst ging hij even schuilen, uitrusten en wachten tot de bui voorbij was, maar hij zag geen geschikte plek. Toen kwam hij bij een huis met een steile trap van zes treden die naar een zware voordeur in een portiek leidde. Hier was tenminste enige beschutting. (…)

chambers-trapjes

‘Is er iets? Kan ik je helpen?’
Onderaan de trap stond een oude vrouw tegen hem te praten. (…)
‘Wacht hier maar.’
In plaats van de trap op te komen,  zoals hij verwacht had, draaide ze zich om en maakte aanstalten weg te gaan. Jacob vroeg zich af waar ze heen ging en daalde af naar de straat, waar hij nog net haar ronde rug zag verdwijnen tussen de overhangende takken van klimop en rozen die samen met talloze bloempotten vol rode en witte planten een weelderige omlijsting van de ramen van een souterrain vormden. Ze ging het souterrain binnen door het ene kelderraam, dat een deur bleek te zijn met een traliehek ervoor. Net de ingang van een grot of een onderaards hol, vond hij.

chambers-souterrain

(…)
Onder het wachten zag hij een witte rondvaartboot door de gracht glijden.

chambers-boot

Uit: Niets is wat het lijkt / Aidan Chambers (Querido, 2000)

Strandvägen, Stockholm

Posted by Villa Kakelbont @ 3:16 pm, Tuesday, August 24, 2010

Op een mooie zomeravond was An Stessens op de Strandkade in Stockholm, de kade waarop Samen op het eiland Zeekraai van Astrid Lindgren begint. Er waren vele witte boten die naar de eilanden gingen, maar geen één ervan heette Zeekraai I. Dat was natuurlijk omdat ze er niet ‘s ochtends was…

*

Ga op een zomermorgen eens naar de Strandkade in Stockholm om te kijken of daar soms een witte boot ligt, die naar de eilanden gaat en Zeekraai I heet.

strandvagen5

 

strandvagen1

 

strandvagen2

 

strandvagen4

 

Uit: Samen op het eiland Zeekraai / Astrid Lindgren (Ploegsma, 2003) p. 5

Inzendingen voor de rubriek Been there, read that blijven welkom op info@villakakelbont.be.

Volterra, Italië

Posted by Villa Kakelbont @ 1:33 pm, Tuesday, September 1, 2009

Een bloglezeres ging op vakantie naar Toscane. Nieuwe Maan, deel twee van Stephenie Meyers  romatische vampierenverhaal, stond thuis in haar kast, maar tot haar verrassing was in Volterra de schaduw (en de hype?) van de Volturi erg voelbaar…

*

‘Daar,’ zei Alice plotseling en wees naar de vestingstad boven op de dichtstbijzijnde heuvel. Ik staarde ernaar en voelde de eerste tekenen van een nieuw soort angst. Vanaf gisterochtend – het leek wel een week geleden – toen Alice zijn naam gezegd had onder aan de trap, was elke minuut doordrongen geweest van maar één angst. En toch, nu ik naar de oeroude roodbruine muren en torens staarde die op de top van de steile heuvel troonden, nu voelde ik een andere angst door me heen golven, angst om mezelf. Iemand anders had de stad waarschijnlijk erg mooi gevonden. Ik vond hem dood- en doodeng.
‘Volterra,’ kondigde Alice aan, op een vlakke, ijskoude toon.

 

de roodbruine muren van Volterra

 

[…] ‘Blijf de hele tijd naar het Palazzo dei Priori vragen, daar moet je heen. Je mag niet verdwalen.’
‘Palazzo dei Priori, Palazzo dei Priori,’ herhaalde ik keer op keer om het goed in mijn hoofd te krijgen.
‘Of “de klokkentoren” als ze dat verstaan. Dan rijd ik ondertussen om de stad heen, om te kijken of ik aan de achterkant ergens een veilige plek kan vinden om over de muur te klimmen.’
Ik knikte. ‘Palazzo dei Priori.’

de klokkentoren van Volterra

‘Edward zal straks onder de klokkentoren staan, aan de noordkant van het plein. Hij wacht in de schaduw in een smal steegje aan de rechterkant. Je moet zijn aandacht zien te trekken voordat hij in de zon kan lopen.’

 

volterra-steegje1

 

Uit: Nieuwe maan / Stephenie Meyer (Sjaloom, 2007) p. 333-335

Inzendingen voor de rubriek Been there, read that blijven welkom op info@villakakelbont.be.

Lower Eastside Tenement Museum, N.Y.

Posted by Villa Kakelbont @ 9:38 pm, Tuesday, August 4, 2009

Eva Devos ging naar New York met in haar tas Wij, twee jongens van Aline Sax. In het (meer dan geweldige) Lower Eastside Tenement Museum vond ze duidelijke sporen van het appartement annex de sweatshop van de familie Truchowsky uit het boek.

*

Jack duwde de deur van de flat boven de onze open en ging meteen een pas achteruit. Een mengeling van ondraaglijke hitte, lawaai en stank sloeg me in het gezicht. Het was er nog heter dan in de keuken van het hotel. En zo vol dat ik niet naar binnen durfde te gaan.

 

de strijkplank met onderdelen van een roze jurk; daarachter verborgen de kachel, met strijkijzers erbovenop

Voor me stond een man een roze jurk te strijken op dezelfde kachel als waarop een vrouw eten kookte. Een klein kind in een krat naast de kachel zeurde en strekte zijn armpjes uit naar zijn moeder die hem almaar wegduwde.

 

het wiegje naast de strijkplank

(…) In de voorste kamer lag de grond bezaaid met stukken stof, kant, papieren modellen en modemagazines.

de roze jurk hangt klaar om door Adrian weggebracht te worden

Een man met een lange zwarte baard zat achter een ratelende naaimachine en vier meisjes waren druk in de weer met stof en naald en draad.

de naaimachine

 

Uit: Wij, twee jongens / Aline Sax (Clavis, 2006) p. 156-157

Inzendingen voor de rubriek Been there, read that blijven welkom op info@villakakelbont.be.

Kvarngatan-Högbergsgatan, Stockholm

Posted by Villa Kakelbont @ 1:01 pm, Tuesday, June 23, 2009

Richard Thiel, bekend van Jipjip, bezocht jaren geleden Stockholm. Daar fotografeerde hij de trap waar Jan uit Peter Pohl’s Jan, mijn vriend met zijn fiets naar beneden ging.
Inzendingen voor de rubriek Been there, read that blijven welkom op info@villakakelbont.be.

*

En zo stond Jan ten slotte bovenaan, op de rand van Kvarngatan en mat met zijn blik de tweeënzestig treden in vijf segmenten met elk twaalf of dertien treden, met hun lengte, hun breedte, hun verdeling. Lang, heel lang verwerkte hij wat hij zag. Stene, Jörgen en Harald waren naar beneden gelopen, stonden bij de horizontale delen twee en vier, respectievelijk bij de laatste en ze tilden hun wachtende witte gezichten op naar de steeg boven.

Jan mijn vriend

We vertrouwden op Jan. Als het er werkelijk om spant weet je van tevoren of het gesmeerd gaat of dat het faliekant misgaat. Wij wisten dat het gesmeerd zou gaan.

Jan bewoog zich.

Jan mijn vriend

 

Uit: Jan, mijn vriend / Peter Pohl (Querido, 1991, p. 24)

script filename C:\\inetpub\\vhosts\\villakakelbont.be\\httpdocs\\blog\\Index.php
doc root /
can't detect root path
[56980935]