Niets van al wat rest
Brugge,
Zaterdag 14 februari
Lieve lezer,
Zo mag ik u vandaag toch aanspreken?
Gisteren dikketruiendag: het had, vind ik persoonlijk, niet veel om het lijf. Toch heb ik de tijd niet gevonden om u te schrijven.
Vandaag dag van de geliefden, maar ook poets- en boodschappendag, van alles watdag. Ook laatste blogdag. En dat er nog zoveel rest waarover ik u niets zal vertellen. Niets over de komende inschrijvingen voor ons feest, niets over die feestelijke zondag, niets over de projecten die zich aandienen, niets over de verse jeugdliteratuur die volop aan het binnenstromen is, niets over de lente die voelbaar in de lucht hangt.
De wasmachine draait, de taart geurt in de oven. Straks naar mijn allerliefste vriendin – van – altijd – al op bezoek. In de tuin speelt Pippi met meneer Nilsson. Hoor ik daar iemand zachtjes roepen? Jaja, ik weet het, ik maak plaats. De pen neer, het papier in de lade. Ik ga wel langs de achterdeur.
Maar eerst nog dit:
Van alles wat ik schreef zijn dit het minste woorden. En tel ze na, het zijn er nog te veel: zelf hou ik van mijn mond vol tanden, het aaien van dit blad, de woordenschat van mijn twee handen, het stokken van mijn adem als ik zeg dat ik je hier niet kan vertellen wie of wat ik voor je ben, omdat papier me in de weg zit, en ik het juiste woord niet ken. (B. Moeyaert)
Dag lieve lezer, het ga u goed waar u ook vertoeft in het leeslandschap.
Misschien komt u wel eens langs in Brugge.
Te ver?
Goed dan: http://cabrio.bibliotheek.brugge.be/
Groet,
Lut