tisgedaan

Tisgedaan. Hoezo, zitten er geen 31 dagen in november?
Neenee, het is schoon geweest. Ander en beter nu.
Het was een stuk plezanter dan ik, niet-blogger, kon vermoeden. De zon scheen loeihard toen Griet me vroeg of ik het wou proberen. Meer dan een dozijn vijgen hingen nog aan onze struik toen Gerrit de instructies mailde. Nu niet één vijg meer, zelfs onze hazelaar is kaal, onze eekhoorn voor vijf maanden verdwenen uit de tuin.
Ik kan natuurlijk nog 12 uur rinkaaneen bloggen. Maar nee, vandaag andere katten te geselen.
Het voelt een beetje als een nieuwsjaarsbrief opzeggen, nu, wat flashback, wat flash forward.
Het was geen slechte maand om te bloggen, een kantelmaand waarin er veel bougeert in het vak, een wat versnipperde maand ook met toch al veel losse brokjes, dus dat blogkwartier of soms halfuurtje kon er dagelijks nog wel bij, bij de kop of staart van de dag of de lunchpauze, nu moeten er echt ferme lappen tijd non-stop min of meer volgeschreven worden. November was ook een denk- en plan-maand en op de een of de andere manier helpt zo’n blog daar ook een beetje bij.
Ik heb het blog-fenomeen dus onderschat. Onbekend is onbemind. Nooit gedacht dat zoveel volk een blog las. Dat mensen die ik nooit gezien heb mailen dat ze me nu een beetje kennen, dat er mensen zijn die al die blogs na elkaar lezen…. Blijkbaar mailen mensen liever dan op de blog zelf te reageren.
Zal ik het missen? Misschien. Wat ga ik nu doen om de dag af te sluiten, en als verstrooïng bij mijn soepke ’s middags? Bij wie ga ik nu leuteren over de films en boeken van december en over de fuif van Chris en Willy en hun zeer geheime kado (nog 60 uur zwijgen), over de India-tentoonstelling in de Bozar en de Spilliaert-tentoonstelling waar ik in november niet geraakte, over met mijn klas een hele dag naar het Etnografisch Museum Antwerpen en dan verhalen vertellen bij beelden en maskers, over het feestcomité voor 25 jaar bibschool dat nogal knallen zal geven, over pakjes kiezen, vooral dat voor mijn kleinste petekindje, één brok sprankelend leven dat van pure levenslust en enthousiasme net een gat in haar blonde kopje gevallen is, over kerst in de Ardennen en hopelijk een week lang compleet ingesneeuwd…
Misschien is dit wel een moment om een wens te doen.
Voor mijn neus staat een echt wensbeeldje. Tio, nonkel geheten. De Indianen rond het Titicaca-meer kopen die nonkelbeeldjes, behangen met hun wensen, op de markt bij de kerk. Van voor hangt een smak geld, briefjes van honderd US dollars, een mandje groenten, een zakje rijst, een pakje popcorn, vanachter een stevig sandaaltje, een autootje, een zakje coca blaren, confetti voor een feestje … Op die markt kunt ge uit honderd wensen kiezen, de standaard-wensen hangen er al aan. Het is heel makkelijk om er nog wat eigen frutsels bij te hangen. Veel is niet genoeg. Toen ik deze kocht stopte een vrouw naast me een pluk zwart haar in het mutsje van hare tio. Ik zag Zorro al rond dat meer galopperen, recht naar haar toe. Woeps, zij en haar baby vlogen in zijn armen en hopla, daar zweefden ze de bergen in op de tonen van el condor passa… Op zo’n momenten zegt kind 2 tegen mijn glazige blik: ‘Major Tom to ground control!’
Enfin, met een tio-beeldje beladen met al je wensen stap je daar de kerk binnen en die priester gaat dan niet zagen over bijgeloof en niet al te orthodox bezig zijn, nee, die glimlacht heel begrijpend (misschien was hij Zorro wel), stopt zijn kwispel diep in zijn emmer en laat een gulle plens water over dat beeldje neerdalen. Verzopen dollars maar stralende gezichten.
Ik word daar wat snotterig van, van dat redderen met wensen en van die onvoorstelbare lap hoop die daar samenkomt. Hoop verloren, al verloren.
Ik word er ook warm van, voor mij raakt dat aan ons hard-core mens-zijn. Aan de redenen waarom we schrijven en lezen en les geven en rare dingen doen, zoals antropologie bedrijven.
Laat ik dus maar stoppen met ene schone wens, ik wens u:
*sneeuw die knerpt onder de botten,
*rooie kaken (ge kiest zelf maar van wat),
*een witteke bij het uittrekken van mutsen en sjaals en frakken (ge kiest zelf maar NA wat),
*een knetterend vuurke in den haard en bij dat vuurke
*ne warmen babbel en
*ne ferme lees.
Ge kunt het niet zien, maar ik buig er een beetje bij: Brasschaat, 30 november 2006.
Saluukes.
En tot in den draai,
Marita

Wandelweer. Botten aan.