zesentwintig

De Phoenix is geland op Mars. Hij is een dikke zestig miljoen kilometers van huis en
de kans dat hij ooit wordt opgepikt om terug naar huis te mogen is klein. Maar het is wel prachtig dat het kan,
zo’n ding op de rode planeet neerpoten. Phoenix moet op zoek gaan naar water of ijs of sporen daarvan.
Onderzoeken of er ooit leven in zijn miniemste vorm (mogelijk) was op Mars. Wat als ze sporen van water of andere elementen vinden? Betekent dat dan de ontdekking van de laatste restjes van leven op Mars? Of juist andersom. Is het het begin? Kan er dan – langzaam langzaam langzaam – leven ontstaan? Celletjes, sponzen, wormen, enzoverder, enzovoort, … Tot er op den duur een heel kluwen ontstaat, met ergens in dat spinnenweb van allerlei levensvormen en machinerie, een jeugdauteur die elke dag netjes blogt. Ik wens ze alvast veel succes daar op Mars.
En een groot applaus voor Jurgen Van den Broeck!





