Gouden Uil Jeugdliteratuur 2010. Wie wint? (5)
De laureaat van de Gouden Uil Jeugdliteratuur 2010 wordt op zondag 25 april bekendgemaakt. Shortlists zijn altijd wel goed voor enige controverse, dus het wordt met spanning uitkijken naar de keuze van de jury.
De Leeswelp en Stichting Lezen engageerden vijf recensenten die deze week hun persoonlijke laureaat 2010 voorstellen.
Vandaag: Vanessa Joosen.

De spreekwoordelijke appelen en citroenen zijn de laatste weken veel gevallen in discussies over de Gouden Uil. Een historische adolescentenroman, een sfeervol kijkboek, een duimdik fantasieverhaal, een humoristisch prentenboek en een levendig non-fictieboek – de titels op de shortlist komen dit jaar uit wel erg uiteenlopende genres. En daarmee is nog niet alles gezegd, want hoe vergelijk je de verdiensten van een illustrator met een auteur, of een debutant met een beslagen auteur? Toch is dit soort dilemma’s eigen aan elke prijs voor jeugdliteratuur, en misschien wel aan elke literaire prijs tout court – het gebeurt maar zelden dat je een handvol gelijkaardige auteurs op een shortlist krijgt die ook nog eens hetzelfde type boek afleveren. Elk goed boek is uniek (en dus onvergelijkbaar), maar om het met George Orwell te zeggen, sommige boeken zijn unieker dan andere. Het wegen en vergelijken moet dus zorgvuldig gebeuren: je toetst de boeken aan andere titels uit hetzelfde subgenre, je schat de sterktes en zwaktes in, en uiteindelijk springt eentje eruit of elimineer je diegene die toch niet aan de hoogste standaard voldoen.
Wanneer ik deze oefening maak voor de shortlist van de Gouden Uil, dan zie ik niet meteen een boek dat er uitspringt. Mijn persoonlijke shortlist had er enigszins anders uitgezien, wat de zaak niet vergemakkelijkt. Er was bij mij geen coup de foudre die de andere meteen deed verbleken, wel las ik vijf boeken die allemaal hun verdiensten en een paar kleinere of grotere zwaktes hebben.
Keepvogel, het diepste gat / Wouter van Reek
Het diepste gat is een licht absurd en geestig intelligent prentenboek rond een archeologische zoektocht van Keepvogel. Hij denkt dat je vooral diep moet graven om iets te ontdekken, maar op de prent wordt dat meteen gerelativeerd. Prent en tekst gaan hier een boeiende dialoog aan en vertellen samen een (letterlijk en figuurlijk) gelaagd verhaal met de nodige ironie en filosofische aanzetten. Helemaal overtuigd ben ik nochtans niet: aan het eind komt het hondje Tungsten alles nog even uitleggen. De aanblik van de vuile keepvogel met zijn hijgende bek en verwonderde blik is daarbij best amusant, maar het was niet nodig om de moraal van het verhaal zo te expliciteren.
De Boomhut / Ronald en Marije Tolman
Dan houd ik meer van De boomhut van Marije en Ronald Tolman, een woordeloos kijkboek dat de lezer alle speelruimte geeft. Het verhaal is minimaal, de schoonheid van de illustraties is maximaal. Dit is een prentenboek dat je uitnodigt, en zelfs dwingt, om heel nauwkeurig te kijken. Je kan er heel diep over nadenken, of gewoon simpelweg kijken en ondergaan – net zoals de boomhut zelf alles ondergaat. De Tolmans maakten indrukwekkende, kleurrijke composities. De schoonheid zit soms in kleine details (drie visjes in het water) of spreidt zich uit over een hele bladzijde (een troep flamingo’s die alles roze kleurt). Ze verleggen de grenzen van het artistieke prentenboek.
De kleine Odessa / Peter van Olmen
Veel durf zie ik ook in De kleine Odessa, een boek van een debutant met grenzeloze ambitie (zo zijn er wel meer) en een flinke dosis verteltalent (zo zijn er wat minder). In de reis van Odessa naar Scribopolis en de zoektocht naar haar vader vind ik de ideale combinatie van lichte elementen (spanning, avontuur, humor, fantasie) en diepgang (filosofische vragen, literaire echo’s en ethische dilemma’s). Toch zie ik ook hier nog enkele schoonheidsfoutjes: het wordt al te snel duidelijk wie de vader van Odessa is, en ik heb me ook wat geërgerd aan de kakelende zusjes Brontë. De prikkelende eindzinnen maken dan weer veel goed: er zijn weinig boeken met zo’n krachtige finale.
De hondeneters / Marita de Sterck
De hondeneters is een boek dat voor verdeeldheid zorgt, ook in mijzelf. Ik was ontroerd door de passages waarin mensen tot hun grens gedreven worden en baby’s door melkvergiftiging sterven. Maar zeker als ik de vorige boeken van Marita De Sterck bij mijn oordeel betrek, wegen de zwaktes zwaar door. Enkele ongeloofwaardige toevalligheden en het naar mijn gevoel geforceerd volkse karakter deden mijn scepsis over De hondeneters toenemen. De finesses van Kwaad bloed vond ik hier niet terug.
Wild verliefd / Ditte Merle en Alex de Wolf
Met Wild verliefd heeft de Uiljury dan weer een boek onder de aandacht gebracht dat echt verrast. Dit is literaire non-fictie voor kinderen zoals je die maar zelden tegenkomt: de manier waarop Ditte Merle bijvoorbeeld de verschillende woorden “bronstig” opsomt benadert het taalspel van poëzie. Er hadden misschien wat minder uitroepen en Engelse uitdrukkingen in gemogen – dat lijkt soms een gemakkelijke manier om jongeren te bereiken – maar de gevatte Nederlandse uitdrukkingen, vaak zelf verzonnen, en de schier oneindige hoeveelheid grappige anekdotes en weetjes tillen dit boek tot een zeer hoog niveau.
De keuze is niet gemakkelijk, maar als ik had het voor het zeggen had dan ging de Gouden Uil dit jaar naar Wild verliefd van Ditte Merle en Alex de Wolf. Ik heb het natuurlijk niet voor het zeggen, dus ik ben erg benieuwd naar de beslissing van de jury. Het zou me niet verbazen als De hondeneters bekroond zou worden, want ondertussen weet ik dat veel recensenten en lezers mijn scepsis over dat boek niet delen. Het is bovendien ook een rijk boek, dat niet alles bij één lezing prijsgeeft. Verder wens ik de jury en de winnaar(s) van de Gouden Uil de aandacht toe die deze prijs in de media verdient – ook daar ben ik alvast nieuwsgierig naar. Want een Gouden Uil is pas echt een waardevolle prijs als hij een mooi literair boek dichter brengt bij een breed publiek. Wie van de vijf het ook wordt, vooral dat laatste hoop ik van harte.