Posted by Bart Moeyaert @ 9:36 am, Wednesday, January 30, 2008

Woensdag 30 januari 2008

Alle huizen hebben keukens, maar werkkamers hebben ze doorgaans niet. Een huis met een werkkamer was juist wat ik zocht. Toen ik die woning zeven jaar geleden eindelijk vond, in de schaduw van het Centraal Station, klopte alles: het licht, de ligging, het uitzicht. Het huis was groter dan mijn eerste woonplek in de stad, Nieuwstad 14, maar het had op mij dezelfde uitwerking als toen. Ik wist op slag: hier wil ik wonen, hier komt mijn oude bureau (een neo-gotisch monument uit een nonnenklooster) te staan. Ik zou met mijn neus in de richting van meer dan honderd ramen werken, honderd ramen van het Astrid Park Plaza Hotel. Een breed balkon aan mijn kamer, en daarachter dat reusachtige Disney-décor. Het hotel is door Michael Graves getekend, maar die heeft het plan van Walt zelf gekregen, dat kan haast niet anders. Hoe dan ook: ik vond het betekenisvol, dat ik vanachter mijn bureau op al die voorbijgaande levens achter die ramen zou uitkijken.
Na al die jaren hou ik nog altijd van het licht dat hier binnenvalt, van de ligging van het huis (er zijn er die het maar niet kunnen begrijpen, wonen temidden van goktenten en seksclubs en de bibliotheek en de Zoo), en van het uitzicht over de daken. En daar in de verte al die levens achter de ramen in dat hotel.
Als ik geen uitzicht had op een Astrid Park Plaza, ik zou me tevreden kunnen stellen met dichter Edgar Lee Masters. Ruim een eeuw geleden heeft hij in 244 stukken de (overleden) bewoners van Spoon River, een gehucht in de staat Illinois, vrijuit laten spreken. Ze doen het zonder schroom vanuit hun graf. Wat kan er hen nog gebeuren. Ze houden het kort en bondig, met hun naam en hun kleine geschiedenis, hun grote verdriet, hun hoop of onvervulde verlangens. Ze vertellen hoe het hen is vergaan, Elsa Wertman, Lucius Atherton, Percival Sharp. De aandachtige lezer zal merken dat er verhaallijnen zijn die elkaar raken, kruisen, verbinden. Schrijver en muzikant Elvis Peeters heeft de Spoon River Anthology op een mooie, heel natuurlijke manier in het Nederlands vertaald (verschenen bij uitgeverij P). Een compleet dorp wordt opgebouwd, of als u het op zijn stads wilt zien: een heel hotel.
Wie meer door het beeld dan door het woord wordt geprikkeld als er een levensverhaal moet opgebouwd worden, valt waarschijnlijk als een blok voor een project dat, als ik het goed begrijp, eigenlijk al een stille dood is gestorven: Voyeur. Ik geef er niet meteen een web-adres van, omdat u dan niet meer verderleest. Zelf ben ik er trouwens nog niet uit om wat voor reden precies de blog verleden zomer is stilgelegd, maar het doet er verder weinig toe. De beelden zijn er nog. U heeft geen verrekijker nodig, geen overburen, geen reusachtig Disney-hotel op honderd meter afstand. U klikt gewoon vanuit uw berghok zonder ramen naar het verzinsel van televisienetwerk HBO (dat mij de afgelopen jaren vijf seizoenen lang heeft blij gemaakt met het geweldige Six Feet Under), en kijkt zó binnen bij mensen die u niet kent. U kiest het verhaal dat u wilt, zoals u het wilt. U schept uw eigen Elsa Wertman, Lucius Atherton, Percival Sharp.
Hoe zal ik het zeggen: ga vooral Voyeur lezen (vergeet de klank niet op te zetten), en vergeet ook niet naar de Spoon River Anthology te kijken.

(Wat een mens vandaag kan doen: nadenken over wat u eerst heeft aangeklikt. Of zonder verpinken bij het nu blijven, die site staat sowieso al bij uw favorieten.)

Posted by Bart Moeyaert @ 4:45 pm, Tuesday, January 29, 2008

Dinsdag 29 januari 2008
(middag)

Beste Wolf. Hierbij stuur ik u mijn verhaal. Als er iets in de tekst staat wat u erg raar vindt, weet het mij dan te vertellen, dan help ik u, dan zal ik u helpen verklaren wat er probeert te staan, en ik zal dan ook nog eens nadenken of ik wat er staat niet anders moet formuleren, misschien niet, maar verder zou het mooi zijn als u met mijn verhaal deed wat u naar uw gevoel met mijn verhaal moet doen.
Dat klinkt als totale overgave, en dat is het ook. Deze soort totale overgave kost me geen moeite, gaat zelfs niet gepaard met angst. Zoals we het al langer tegen elkaar zeggen: op elkaar gelijken doen we niet, maar we hebben wel in dezelfde tuin gespeeld.
U bent niet bang om niet bevallig te zijn. U weet als geen ander dat ‘een publiek pleasen’ inhoudt dat u dan keuzes moet maken die niet meteen de uwe zijn. Pleasen is vermoeiend — niet omdat pleasen een vorm van dienen is en dienen vermoeiend zou zijn, maar gewoonweg omdat het me ronduit vervelend lijkt om voortdurend keuzes te moeten maken die niet meteen de mijne zijn. Het zou me uithollen.
U laat me groeien. Dat is het tegenovergestelde van uithollen. Als ik naar uw werk kijk, naar de schetsen die ik van u zag, de overzichtstentoonstelling van een paar jaar geleden, is het alsof ik word voortgestuwd. Ga door, evolueer, stuur bij, dat mag, klinkt het dan in mijn hoofd. Met u als voorbeeld. Ondanks gefezel en gefluister en gebetweter van mensen die het meer over zichzelf dan over u hebben: ga door, ga door.
Dank u wel voor de foto die u me stuurde. Ik dacht eerst dat u me een mooie oude kaart van een klif had gestuurd. Dit is het verhaal van het klif in Normandië, dacht ik. Hoe attent. Wolf weet dat ik van de zee houd, en van Normandië. Wolf houdt ook van de zee, dacht ik, en ik zag uw prenten uit Ik ruik mensenvlees, met die uitgemergelde moeder in haar boot. Ik dacht ook aan de Wolf die van de wijde lucht houdt, met een mevrouw Meijer die naast de merel op een tak zit en straks haar armen spreidt. Met andere woorden: ik dacht aan de Wolf die ik ken.

Ik moet proberen niet altijd naar de mensen te kijken zoals ik ze denk te kennen. Zelf vind ik het verschrikkelijk als mensen naar de Bart van tien jaar geleden kijken. Voorkennis vertekent de dingen. Want toen ik nog een keer naar de foto die u me had gestuurd keek, en inzoomde, en nog eens keek, zag ik dat u me helemaal niet het verhaal van het klif in Normandië had bezorgd, maar wel het verhaal van het onbelangrijke feit. Het feitje van de jongeman die een beer schoot. Het verhaal van Olek die een beer schoot, terwijl de zee diep en het klif hoog en de lucht weids was. En daar was ik erg blij mee. Niet alleen omdat ik zelf had ontdekt dat ik verder moest kijken, maar ook omdat u me op de een of andere manier had verplicht om anders naar u te kijken, en dat ik dat gewoonweg ook heb gedáán.

Hartelijke groeten,
Bart

Posted by Bart Moeyaert @ 12:52 am, Tuesday, January 29, 2008

Dinsdag 28 januari 2006

De gegevens met haar naam staan achterin de bundel, en dat heeft een reden: ze heeft er net als ik een hekel aan als je een boek via alle copyrightgegevens moet binnenkomen, alsof je alle rommel in de gang doormoet voor je een huis binnenkomt, wat een slechte eerste indruk geeft dat. Vormgeefster Tessa van der Waals en ik hebben elkaar drie jaar geleden eerst voor een ‘onderzoekend’ gesprek ontmoet. Omdat ik zelf heel erg bezig ben met de vormgeving van boeken en erg van mooi papier houd, kon ik een stapel boeken aan Tessa voorleggen, om haar duidelijk te maken wat ik mooi en niet mooi vind. Het papier van het ene boek, de opdruk van het andere boek, de preeg in dit ene omslag, het leeslint in nog een ander boek. Ik maakte Tessa ook duidelijk dat ik het belangrijk vind dat een boek al op voorhand uitdrukt wat het van je wil. Als het een ‘warmhartig’ boek is, moet het tactiel papier worden, warm van kleur, je moet er niet alleen met je handen, maar vooral ook met je vingertoppen aan willen zitten. Dat alles begreep Tessa heel goed. Het was ook geweldig om te zien hoe deze vrouw de boeken die ik had meegebracht aan een onderzoek onderwierp, en mij erop wees wat er goed en niet goed gemaakt aan was: viel het boek mooi open, was er iets goedkoop opgelost, enzovoort. Eerlijk gezegd: ik kick erop als iemand opgaat in zijn of haar vak, maar tegelijk ook helemaal openstaat voor nieuwe dingen. Tessa legde me de nieuwste papiersoorten voor, de mooiste kleurencombinaties, en door erover te praten was het alsof er op een bepaald moment een puzzel op zijn plek viel. Dat was zo toen we het uiteindelijk over Verzamel de liefde hadden. En nu, bij Gedichten voor gelukkige mensen, was die ontdekking bijna fysiek. Schok, ja, zó wordt het.
Aan de beide bundels hangt een verhaal vast dat maar weinig mensen kennen. Voor Verzamel de liefde zowel als voor Gedichten voor gelukkige mensen heeft Tessa voor een eenvoudig ontwerp gekozen met punten als sterren aan een hemel voor de eerste bundel, en halve maantjes voor de tweede bundel. Wie ze natelt zal telkens een priemgetal bekomen: een priemgetal (alleen maar deelbaar door zichzelf) op de voorkant, een priemgetal (alleen maar deelbaar door zichzelf) op de achterkant, en die twee worden dankzij het boek samengebracht. In het geval van Verzamel de liefde heeft Tessa op het achterplat nóg een sterren-koppel extra aangebracht, in een andere kleur: die horen ook weer bij elkaar. Zie het als een knipoog, een grap. Voor het omslag van Gedichten voor gelukkige mensen heeft Tessa ook zoiets bedacht wat niemand hoeft op te merken, maar wat er wel is. Deze keer is het niet zozeer een knipoog, laat staan een grap. De kleine bijzonderheid maakt het ontwerp persoonlijk, en hoort ook bij de inhoud: zoek de twee manen uit Suriname.

(Wat een mens vandaag kan doen: een uurtje Googlen. Dit zijn een paar boeken over mooie boeken: Penguin by design, over de evolutie van de Penguin-pockets, New Book Design, en vooral U1, een juweel van een boek.)

Posted by Bart Moeyaert @ 3:49 pm, Monday, January 28, 2008

Maandag 28 januari 2008
(middag)

Alma is not amused. Sinds verleden week donderdag is er in haar leven niks meer veranderd. Het blijft maar 1935 en ze blijft maar innig verbonden met Franz. Haar palazzo in Venetië is nog altijd niet verkocht. Dat ligt niet aan haar en ook niet aan de vastgoedmarkt, het ligt aan — hoe zal ik het zeggen — de omstandigheden. Van de stapel boeken naast mijn bed neem ik sinds afgelopen donderdag iedere keer vanzelf Koetsier Herfst, en niet Alma’s Mijn leven. Alma zeurt en vertelt weinig nieuws. Nee, dan liever Charlotte Mutsaers’ boek. Ik wrijf van de gretigheid in mijn handen als ik de stem van haar hoofdpersonage Maurice hoor. Wat een pit en geest tot hiertoe.
Laat Alma maar naast mijn bed liggen. Als Koetsier Herfst uit is, kan het 1936 worden.

(Wat een mens vandaag nog kan doen: terugkeren in de tijd en donderdagmiddag 24 januari op deze blog lezen, mocht u dat stuk hebben gemist.)

Posted by Bart Moeyaert @ 9:52 am, Monday, January 28, 2008

Maandag 28 januari 2008

In theaterzalen en concertzalen is er een code die gerespecteerd wordt. We betalen een kaartje, we zoeken een stoel en gaan zitten, en als het licht uitgaat, is dat het sein: het spektakel gaat beginnen. Zelf houden we dan aan de buitenkant een beetje op te bestaan, dat is de stille afspraak. We ademen een beetje rustiger, we houden onze mond of zeggen héél zachtjes en in één zin wat we te zeggen hebben in het oor van onze buur, en we zorgen er ook voor dat er niet ineens een mobiele telefoon toedoederoetoet doet, door onze Nokia uit te schakelen. We richten onze aandacht welwillend op de levende mensen die iets voor ons staan te doen: ze voeren een toneelstuk op, ze spelen fluit, ze zingen een lied, en zelfs als ze het niet goed doen, zijn we doorgaans geduldig. Misschien zijn we ook een beetje op onze hoede: er kan altijd iemand vanaf het podium schreeuwen of die ene met z’n bril eens eindelijk wil ophouden met kletsen. We zitten het stuk of het concert uit, en in het ergste geval verlaten we voortijdig de zaal. Zolang er levende mensen op het podium staan, is er respect, en het lijkt alsof er dan ook respect is voor wie er voor of achter of naast ons zit.
In de bioscoop gelden andere regels. We stommelen laat binnen met vriendinnen. We blijven stommelen. We bellen naar huis om te zeggen waar we zijn. We delen een zak chips. We gieren het uit omdat de zak chips openspat. We bellen door naar vrienden wat er juist gebeurd is. We bespreken wat er op het scherm te zien is. We bespreken wat er niet op het scherm te zien is. We doen nog een zak met paprikachips open. We gaan naar de wc. We gaan staan zodra de aftiteling begint, want de film is gedaan, ons interesseert de aftiteling geen reet, en het interesseert ons ook geen reet of onze achterbuur wel onze reet of misschien toch de aftiteling wil zien.
Er is weinig waar ik hels van word, maar de — onbestaande — code in de bioscoopzaal is er één waar ik hels van word. Jack Nicholson zal zich op het scherm niet omdraaien om te vragen of we die zak chips eens willen steken waar het donker is, en Judi Dench zal zichzelf niet onderbreken om te zeggen dat het bellen een beetje stoort tijdens haar dialoog met Daniel Craig. Ik heb de indruk dat uitgerekend in de grote zalen niemand iets durft te zeggen, laat staan zich durft om te draaien. Zelf zit ik geduld te oefenen, geduld te oefenen, maar op een dag ga ik waarschijnlijk eens iets goors brullen naar iemand en daarmee dan een hele zaal tegelijk verstoren.

(Wat een mens vandaag kan doen: nog eens een tweede keer naar Atonement gaan kijken, dat heb ik gisteren tot mijn tevredenheid gedaan.)

script filename C:\\Inetpub\\vhosts\\villakakelbont.be\\httpdocs\\blog\\Index.php
doc root /
can't detect root path
[56980935]