vriend
Wat kan een verrassing toch heerlijk verrassend zijn. Zo viel er vanmorgen ineens een Tsjechische brief in de bus. Dan beginnen mijn ogen al te glunderen, want ik weet hoe laat het is.
Michael heb ik leren kennen tijdens mijn uitwisselingsproject in Finland: een jongen van weinig woorden en prachtige beelden – hij is fotograaf. Ik kon me er altijd over verwonderen, hoe we samen dezelfde uitstap maakten, en hij toch zoveel dingen op foto kon vastleggen die ik niet gezien had. Of hoe hij je op iets attent kon maken, vaak in een paar goed geplaatste engelse woorden, waar je echt van stond te kijken.
Zo waren we op rondreis in Tallinn, Estland. We reden de stad uit met de tram. Ik was behoorlijk geshockeerd door wat ik zag; niet bepaald het mooie oude stadscentrum. “That was tourist circus. This is real Estonia”, fluisterde hij me toe. Wat later redde hij ons van een pickpocket-diefstal. Hij had de dader al in de smiezen: “I see faces”. Ja, ik ook, maar niet zoals hij.
In die vier maanden Finland was Michael een echte vriend geworden. En ik ben spaarzaam met het woord vriend. Sommige dingen erf je onbewust, zo had mijn grootvader de gewoonte het woord “vriend” te reserveren tot een zeer beperkt aantal mensen. De naam “vriend” moest je verdienen. Een vriend is iemand die je lang niet gezien hebt, maar als je elkaar terugziet, lijkt niets veranderd: het gesprek gaat gewoon door. Zo iemand is Michael.
We schrijven elkaar nu en dan. Niks spectaculairs, over hoe we leven, en wat ons zoal bezig houdt. Maar dat is genoeg. Vrienden verlangen niet meer van elkaar. Ik hoop hem snel nog eens op te zoeken (prachtig land trouwens, Tsjechië). Tot dan kijk ik regelmatig naar de foto’s die ik af en toe opgestuurd krijg…
Tot morgen,
Benjamin.





