Het is niet bepaald een vrolijk boek, maar één van de leuke dingen aan Jan, mijn vriend is dat het ook een reisgids voor Stockholm is. Je kan gewoon de trappen aan Kvarngatan gaan fotograferen (zoals Richard Thiel toonde in het vorige bericht). Je kan de school van Krille bekijken. Je kan naar Flaten trekken en er zelf kamperen. Bij het zoeken naar de meest gepaste Engelse vertaling, waarover uitgever Aidan Chambers uitgebreid vertelt in Reading talk, is voor alle duidelijkheid een plattegrond toegevoegd.
Maar niet alleen de straten zijn tot in detail te volgen via Google maps. Alle (alle!) details in Jan, mijn vriend kloppen. En met een hoofdpersonage met een voorliefde voor het Inventariseren Van De Dingen, bulkt het boek van cijfermateriaal en nieuwsfeiten. Dat lijkt spielerei, een grapje van een auteur met te veel zin om de archieven te duiken, maar dat is het niet. In het artikel Peter Pohls Janne min vän interpreteert Laurie Thompson het zo:
In order to make the apparently less likely aspects of his novel seem plausible, Pohl is meticulous in providing an authentic setting and a mass of details about events, statistics and any number of other things which establish the reality of his plot. (p. 226)
Het mag duidelijk zijn: Jan, mijn vriend is misschien geen vrolijk boek zijn, het is er één met duizend-en-één lagen. Lagen die wetenschappers in de loop der jaren (het boek verscheen voor het eerst in 1985) grondig en met veel enthousiasme gepeld hebben.
Zo wordt de wirwar aan informatie in het boek in hoge mate gecreëerd door Krille: verteller en getuige vanop de eerste rij, niet gehinderd door een helder inzicht in wat er zich voor zijn naïeve ogen afgespeeld heeft. Hij kende Jan (dacht hij), hij hield van hem (weet hij). Maar Krille is jong en onbezonnen en blijft voor bepaalde zaken (de meest pijnlijke zaken) blind. Zo strooit Pohl kruimels in het rond die daarom niet door Krille opgepikt worden, maar misschien wel door de lezer. Wat er écht aan de hand is met Jan, bedenk je in hoge mate zelf. (Of lees je bij Laurie Thompson, die een uitgebreid scenario geeft voor wat Er Gebeurd Zou Kunnen Zijn.) Hoe slim de puzzel is die Pohl voor zijn lezers opzet, besef je wanneer je bijvoorbeeld het artikel “We were a pair” van Roberta Seelinger Trites leest. Zij besluit:
Pohl’s postmodern triumph at the end of Johnny, my friend is to have subverted nog only his narrator’s expectations but also his readers’. (p. 252)
Tot u spreekt een fan. Maar oordeelt u vooral zelf. Lees het boek – na bijna 25 jaar nog steeds actueel en (post)modern. Hap naar adem, bedenk wat er zich zomaar voor uw naïeve ogen afgespeeld heeft. Of ga naar Stockholm en fotografeer de trappen bij Kvarngatan.
Meer lezen?
* Reading talk / Aidan Chambers. – Thimble Press, 2001, p. 126-137
* “We were a pair” / Roberta Seelinger Trites. – In: Beyond BABAR / Sandra L. Beckett & Maria Nikolajeva. The children’s literature association and The scarecrow press, p. 241-254
* Peter Pohls Janne min vän / Laurie Thompson. – In: Literatuur zonder Leeftijd 9e jaargang nr. 34, p. 223-236.
[Beschikbaar in de bibliotheek van het Focuspunt Jeugdliteratuur.]
(as)