Chicago, 2
Klaas Verplancke vervolgt zijn verslag van het USBBY-Congres dat hij begin deze maand bijwoonde.
*
Sinds hij Harry Potter naar Amerika haalde (en zo Scholastic rijk maakte) is Arthur A. Levine een icoon met goede smaak en een neus voor talent. Met zijn een eigen imprint focust hij zich op het vertalen van buitenlandse literatuur. In zijn fonds zitten oa. De Arkvaarders van Anne Provoost en Het boek van alle dingen van Guus Kuijer. Tijdens zijn presentatie The Joys and Challenges of Publishing Books from abroad geeft hij een inkijk in zijn drijfveren, zijn scouttechnieken en zijn fascinatie voor niet-Amerikaanse jeugdliteratuur. Eerst en vooral wil hij er de Amerikanen van bewust maken dat er zoiets bestaat als buitenland, en dat niet alle boeken in de wereld worden uitgegeven in de New Yorkse hoofdkwartieren. Hij omschrijft zichzelf als een literaire reiziger, die via een zorgvuldig opgebouwd netwerk van buitenlandse uitgevers en vrienden op zoek gaat naar authenticiteit, confrontatie en kwaliteit. Een lastige kaap is de vertaling, want vertalen is herschrijven. Maar de lastigste kaap is ook hier weer de oogkleppenmentaliteit. Het vraaggesprek mondt alweer uit op het thema censuur, naar aanleiding van een binnenlandse polemiek rond een plasscène – zijnde, twee jongens plassen tegen een muur – in het boek Samir and Yonathan (van Daniella Carmi), met als gevolg dat sommige scholen, bibliotheken en boekhandels gedwongen werden dit boek uit hun rekken te nemen.
Uit het gesprek tussen de veelbekroonde illustratoren Shaun Tan (The Arrival) en David Wiesner (Tuesday en Flotsam) onthou ik vooral hun bijna maniakale obsessie voor een zo perfect mogelijke realistische weergave. Van de meeste decors en voorwerpen maken ze eerst schaal- en 3D-modellen die ze vanuit diverse hoeken fotograferen om de lichtinvallen en de schaduwen te zien. Want “licht maakt een tekening”, zegt Tan. Persoonlijk vind ik dat streven naar de absolute perfectie een vlucht vooruit, die vooral bij Wiesner nogal storend is, omdat het de sfeer en de kwetsbaarheid volledig ondersneeuwt. De aantrekkingskracht en de identiteit van een tekening zit namelijk net in de twijfel, in het onaffe.
Wiesners prenten zakken in elkaar waar hij dingen tekent die hij moet verzinnen omdat ze niet te fotograferen zijn. Teken- en verhaaltechnisch is zijn werk niet te evenaren, maar ik ben een koele minaar van dat soort boeken.
Shaun Tan daarentegen combineert zijn onwaarschijnlijk tekentalent met een warme stijl en een originele combinatie van herkenbare en niet-herkenbare elementen waarmee hij een verzonnen maar geloofwaardige wereld schept. Zo wordt je ‘familiar with the unfamiliar’. Hij houdt ervan om beangstigende thema’s in boeken te verwerken, en laat zijn personages dingen doen die hij zelf niet zou durven. Om zijn boeken zo universeel mogelijk te houden, probeert hij alle mogelijke referenties te vermijden en werkt hij graag met gedateerde of futuristische voorwerpen, sferen en beelden.
Op zaterdagnamiddag volg ik de sessie Despite the Odds: Getting Books into the Hands of Children waarbij Yohannes Gebregeorgis, Arvind Kumar & Arundhati Deosthale en Jane Meyers komen getuigen over hun leesbevorderingsprojecten in respectievelijk Ethiopië, India en Zambia. Leesbevordering is een duur woord voor deze arme landen: lokale projecten proberen in eerste instantie boeken te verzamelen en ze tot bij de kinderen te brengen. Ik ben vooral ontroerd door het verhaal uit Ethiopië, waar giften worden gebruikt om ezels te kopen, die dan volgeladen met boeken als wandelende bibliotheken naar veraf gelegen dorpen stappen. “Read books, lead tomorrow” zegt men, maar niet alle kinderen in de wereld krijgen evenveel leeskansen. Deze noden helpen oplossen en kinderen en boeken overal ter wereld samenbrengen is een van de hoofdmissies van IBBY. Op zondag brengt IBBY-voorzitster Patsy Aldana een overzicht van alle lopende IBBY-projecten in de wereld. Schrijfster Naomi Shihab Nye sluit af met een bij momenten emotioneel getuigenis over haar reizen en ontmoetingen met kinderen.
Ik werd gevraagd om samen met Vladimir Radunsky deel te nemen aan het panelgesprek Illustrators Picturing Ideas. Vladimir is een van geboorte Russische illustrator, die vroeger in Amerika heeft gewoond, maar al enige tijd in Rome leeft en werkt en nog altijd in Amerika wordt gepubliceerd. Hij en ik krijgen elk 10 minuten om ons werk voor te stellen. Vladimirs werk is poëtisch, kleurrijk en met veel schattige en grappige honden bezaaid. Die boeken gaan vlot langs de Amerikaanse kassa, maar het boek over Manneke Pis die de oorlog blust met zijn plas (wat een schitterend verhaal) doet de tenen weer krullen. Ik focus mijn kortverhaal op de metafysische en surrealistische elementen in mijn illustraties. Het binnenstebuiten keren van de mensen, het visualiseren van gedachten en emoties is een benadering die, afgaande op de reacties, a-typisch is voor de hier gebruikelijke beeldtaal voor jeugdliteratuur. Ook mijn pleidooi om illustratie niet los te koppelen van de kunstgeschiedenis en de diverse picturale kunstvormen te decontextualiseren, zodat ze elkaar kunnen inspireren en zodat ons kijken en onze aandacht niet afhankelijk is van de omgeving van een beeld, is duidelijk een exotisch verhaal voor dit publiek.
Maar het is een filosofie die een debat opent over het ernstig nemen van kinderen en hun bevattings- en inlevingsvermogen; over hoe belangrijk het is om kinderen niet te betuttelen en teveel te beschermen, in tegenstelling tot wat de allesoverheersende tepelloze Barbiecultuur hier predikt; over de tijd die verspild wordt bij discussies over een blote piemel, tijd die veel beter besteed kan worden aan inhoud, de essentie van groeien en het belang van een cultuur die prikkelt en vragen oproept, en ons niet in een zoetroze slaap sust.

Bij wijze van conclusie realiseer ik me dat het Amerikaanse boekenlandschap op de Bologna boekenbeurs en perfecte afspiegeling is van de David en Goliathstrijd die in dit land wordt geleverd.
Ik kan me helemaal niet inbeelden wat er is achtergebleven van mijn woorden en beelden, maar ik prijs me zeer gelukkig dat ik aan deze zijde van de Grote Plas mag werken.









Het gebeurt zelden, maar nu is het er toch weer van gekomen. Ik ben verliefd geworden…op een boek. Vanaf het moment dat ik het boek Het land van de grote woordfabriek in handen had, wou ik het niet meer loslaten. De illustraties zijn prachtig. Het verhaal is eenvoudig, maar juist door zijn eenvoud heel krachtig. Het gaat over een land waar woorden te koop aangeboden worden. De rijkste en machtigste mensen hebben dan ook de meest uitgebreide woordenschat voorhanden. Florian, het hoofdpersonage, heeft helemaal niet de woorden die hij zou willen hebben om Siebelle te laten weten hoe verliefd hij wel is op haar. Oscar wel. Maar wanneer Oscar zijn liefde verklaart aan Siebelle, blijken zijn woorden hard en koud te zijn. Florian daarentegen legt zoveel gevoel in ‘betekenisloze’ woorden, dat ze naar Siebelle toe ‘fladderen als schitterende vlinders, gevleugelde woorden’. Een schitterend verhaal over woorden, die pas betekenis krijgen wanneer wij ze kleuren!