De buitenlandse correspondent van dienst is deze keer Annemie Leysen, die verslag uitbrengt van de H.C. Andersen-juryvergadering in Basel eerder deze maand. De winnaars worden op 23 maart in Bologna bekend gemaakt…
*
Voor de tweede keer werd ik door IBBY-Vlaanderen gedelegeerd als lid van de Hans Christian Andersen-jury, een internationaal samengesteld gezelschap van specialisten in het kinderboekenvak. Om de twee jaar wordt die H.C.A. Award, ook wel eens ‘de kleine Nobelprijs’ genoemd, georganiseerd door IBBY of de International Board On Books For Young People. Telkens krijgen dan één auteur en één illustrator de gegeerde medaille in handen (centen horen er niet bij) op het tweejaarlijkse IBBY-congres. De kandidaten voor de prijs worden voorgedragen door de plaatselijke IBBY-secties, die ook instaan voor de samenstelling van de dossiers en de boekenselectie.
Aan de jurering in Basel – het hoofdkwartier van de organisatie – gaan maanden van intensieve arbeid vooraf voor de tien juryleden. Vanaf de zomermaanden staan ze voor de deur, de bestelwagens van diverse pakketdiensten – ik ken ze intussen allemaal – met boeken vanuit de hele globe. Met het oeuvre en de dossiers van 55 kandidaten heb je algauw 600 boeken bij elkaar. Toegegeven, die invasie stemt wel eens moedeloos of paniekerig. Hoe in godsnaam deze klus geklaard? Na een poos krijg je stilaan een zicht op het achterste van de tong van de andere lezers. Zohreh Ghaeni, de Iraanse voorzitster, zet een weblog op en port iedereen op geregelde tijden doortastend aan om commentaren te posten. Een handig instrument, want een stevige stok achter de deur om de deadline voor de eerste shortlists te halen en achteraf bruikbaar discussiemateriaal tijdens de vergaderingen. Na maanden van “geandersen”, zoals mijn omgeving dat is gaan noemen (‘toch niet weer aan het andersen?!’), wegens het eindeloze gezeul met boeken door het hele huis en weinig aanspreekbaarheid, is het vertrek naar Basel een verlossend moment.
12 maart. Ik land al vroeg in de ochtend in een besneeuwd Basel. Liz Page, de allercharmantste en allerengelse ‘executive director’ van IBBY, pikt me op en levert me af in het hotel, een mooi gebouw – voormalig protestants missiehuis – in een nu witte tuin waar pril groen doorheen probeert te priemen. Alicia Salvi uit Argentinië wacht me al op. Ze is net als ik aan de tweede jurydeelname toe, en we kunnen het perfect met elkaar vinden. Een klein, vinnig en slim dametje met kennis van zaken. We hebben de dag voor ons en onder een strakblauwe hemel nemen we de tram naar de Fondation Beyeler waar een prachtige tentoonstelling van ‘Le Douanier’ Rousseau te zien is. Op die manier al helemaal in de stemming, althans wat de jurering van het illustratiewerk betreft. ‘s Avonds een gezellige ‘icebreaker’ bij Liz thuis: kennismaking met de overige juryleden bij een hap en een glas. Karen Coeman, die als Vlaamse in Mexico belandde en daar in het uitgeversvak zit, is er ook. Haar schattige baby Theo wordt de volgende dagen een vast jurylid, ook mét zwijgplicht uiteraard. We zijn er klaar voor. En dat de voertaal pidgin Engels wordt, ook dat is duidelijk.

13 maart. Om 9u op het appèl in de vergaderzaal, waar ook alle dossiers en boeken staan geëtaleerd. Vandaag wordt beslist welke auteur de prijs zal winnen. De vooraf via e-mail verspreide voorlopige shortlist van 10 laat al wat vermoeden, maar toch worden ze alle 28 uitvoerig besproken. Sommige inzendingen zijn overigens volslagen kansloos: povere of onbestaande dossiers, stuntelige of onbestaande vertalingen (en dat wordt knap lastig als je bijvoorbeeld met een Chinese ‘nature writer’(?) hebt af te rekenen). Vreemd ook hoe sommige IBBY-secties ertoe besluiten net niét hun ‘winning horse’ te sturen. Ik heb wel vaker het gevoel dat er politiek wordt bedreven… En wat te doen met negen primitief geniete boekjes met boodschapperige verhalen uit Uganda, die naast al die blits uitgegeven westerse exemplaren in het niets verdwijnen? Appelen en peren, dus, vaak, of mango’s en druiven uit Hoeilaart? Het zet je wél aan het denken over een en ander. Intussen kabbelt de dag verder. De top 10 dient zich aan. Bijzonder boeiend vind ik de toelichtingen van de juryleden bij de inzendingen van hun eigen land. Over de Iraanse kandidaat, bijvoorbeeld, en hoe die zich politiek positioneert in een onverdraagzame omgeving. Of over de Sloveense inzending en het post-communistische tijdperk. Een mens leert een hoop bij. Op naar de top 5. Nu wordt het pas echt spannend. Tussendoor worden de criteria steeds meer verfijnd en wordt er geanimeerd gepraat over oost en west, zuid en noord, over eventuele ‘statements’, over populair of literair, over al dan niet ‘for kids’… Er wordt gestemd, vurig gepleit, en nog eens gestemd tot er rond vijven een winnaar uit de bus komt. Tot vrijwel ieders tevredenheid. ‘s Avonds een bezoek met uitleg aan één van de 18 interculturele jeugdbibliotheken in Basel. Een prachtig initiatief in een land met flink wat migranten. Er waren zelfs rekken vol Nederlandstalige boeken. En dan een overheerlijk diner met de plaatselijke IBBY-figuren. Moe maar tevreden naar bed.

14 maart. Illustratorendag vandaag. ‘Same procedure’ als gisteren. Weer komen alle inzendingen ter sprake. Er zijn heel wat monumenten in de aanbieding: Eric Carle, Grégoire Solatoreff, Jutta Bauer, Roger Mello, Junakovic, P.J.Lynch, Nickolay Popov, Etienne Delessert, Michael Foreman… Dat wordt moeilijk kiezen. En onze eigenste Carll Cneut, die in het e-mailverkeer vooraf meteen hoog scoorde. Ook Harrie Geelen viel in de smaak. Merkwaardig hoe het illustratiewerk onmiskenbaar cultureel is gekleurd: de bonte, uitbundige Mello uit Brazilië naast de hyperrealistische klassieke Lynch met sombere luchten en Turner-zeeën, bijvoorbeeld. En beeldend werk ligt duidelijk subjectiever. Na veel heen en weer, alvast een mooie top 10. Nog maar eens de boeken bekijken, wikken en wegen… Na een paar stemronden en de onvermijdelijke verrassende kantelbewegingen die jury’s wel vaker maken, staat ook de shortlist er. Carll Cneut haalt die moeiteloos. De sluimerende patriot in mij wordt meer dan wakker. En kleine Theo heeft het nu wel gehad. Hij verhuist van schoot naar schoot en volgt met zijn kraaloogjes de vele en heftige pleidooien, voor de keuze van de ultieme winnaar. Het is gebeurd.
Alweer een boeiende ervaring en een paar ontdekkingen (vooral dan de Deense auteur Louis Jensen, en de Iraanse Ahmad Reza Ahmadi) rijker!

(Annemie Leysen)