De laureaat van de Gouden Uil Jeugdliteratuur 2010 wordt op zondag 25 april bekendgemaakt. Shortlists zijn altijd wel goed voor enige controverse, dus het wordt met spanning uitkijken naar de keuze van de jury.
De Leeswelp en Stichting Lezen engageerden vijf recensenten die deze week hun persoonlijke laureaat 2010 voorstellen.
Vandaag: Karin Kustermans.

De kleine Odessa / Peter van Olmen
Gebrek aan ambitie kun je Peter van Olmen niet verwijten: als debuut een lijvige roman schrijven, waarin aan alle vereisten van het fantasygenre wordt voldaan én waarin dan ook nog eens het hele pantheon van de wereldliteratuur, van Shakespeare tot Dostojevski figureert, is geen simpele opdracht. Van Olmen volbrengt ze met verve: De kleine Odessa is een wervelende, uitermate meeslepende roman, vol spannende avonturen én knappe verwijzingen naar de literatuur, de mythologie en klassieken uit het fantasygenre, soms overduidelijk, dan weer subtiel. Maar soms laat de auteur zich zelf al te zeer meeslepen door zijn vertelling, en op zulke momenten lijkt hij te weinig op het metier van het schrijven te letten: Odessa’s gedachten worden regelmatig pijnlijk expliciet verwoord, belangrijke informatie wordt soms te kunstmatig aan de lezer gebracht, en als het humoristisch wordt, gaat Van Olmen wel eens helemaal uit de bocht. Bovendien zijn een aantal verhaallijnen onvoldoende uitgewerkt, zodat ze als losse eindjes blijven rondslingeren. De kleine Odessa is een boeiende fantasyroman, die getuigt van een enorm verteltalent en een grote verbeeldingskracht, en een opmerkelijk debuut, maar voor een Uil nog te onevenwichtig.
De hondeneters / Marita de Sterck
Het relaas van de barre tocht van Victor, op zoek naar zijn hond, midden in de oorlogswinter van 1917, is een ware bildungsroman: de overbeschermde, wereldvreemde jongen wordt een volwassen man. Tegelijk is zijn tocht ook een schokkende confrontatie met de rauwe werkelijkheid van een land in oorlog. In treffende woorden en beelden brengt de auteur mokerslag na mokerslag toe, in soms ijzersterke maar ook hartverscheurend wrede scènes. Marita de Sterck vertelt haar verhaal als een vakvrouw. Ze heeft de roman bijzonder knap geconstrueerd en zet al haar verteltalenten in: in een uiterst zinnelijke stijl beschrijft ze Victors uiterlijke en innerlijke tocht, die ze gestalte geeft in een reeks ontmoetingen met fascinerende, onvergetelijke figuren. Soms echter schemeren haar bedoelingen te zeer door. De vele volkse verhalen en liedjes die ze via de personages wil doorgeven, doen soms artificieel en geforceerd aan en niet alle dialogen komen even echt over. Dat heeft ook te maken met de Vlaamse volkstaal waarvan dit boek doordrongen is, maar die helaas niet consequent wordt gehanteerd. Bovendien bevat het boek een aantal stilistisch minder sterke passages. De Hondeneters is een hard en wreed boek, maar ook een wreed schoon boek, dat jammer genoeg af en toe spontane bezieling mist. Dus toch maar geen Uil.
Wild verliefd / Ditte Merle en Alex de Wolf
Goede non-fictieboeken voor kinderen, die meer zijn dan een uitleggerig of zelfs belerend praatje bij veel plaatjes en die vooral een aangename en boeiende leeservaring opleveren, zijn nog steeds zeldzaam. Bibi Dumon Tak was op dat vlak een verademing, onder meer met haar onvolprezen Bibi’s bijzondere beestenboek. Wild verliefd van Ditte Merle lijkt zich in de Dumon Tak-traditie te willen inschrijven, met dit boek dat een schat aan boeiende weetjes over dieren bevat, geschreven in een toegankelijke, frisse taal. Ditte Merle verstaat de kunst om de informatie over het parings- en voortplantingsgedrag van tientallen diersoorten op een heldere wijze te brengen, en om er verrassende bijzonderheden uit te lichten en dat alles bovendien op een sprankelende en erg humoristische manier neer te schrijven. 150 bladzijden over seks bij dieren: nooit gedacht dat ik er geboeid in zou blíjven lezen. Maar dat deed ik dus wel. Een opwindend boek, om veel in te lezen en te bladeren, om de wenkbrauwen te fronsen, in de lach te schieten of in verwondering achter te blijven over de vindingrijkheid van de natuur. Maar daarbij krijg je nog net iets te veel koppies, pikkies en jonkies te slikken. Geen Uil dus.
Keepvogel, het diepste gat / Wouter van Reek
Keepvogel, een soort vogel-mens, en zijn hond Tungsten vormen al langer een onweerstaanbaar duo, een echte aanwinst in de kinderliteratuur. Ook Het diepste gat is weer een érg leuk prentenboek, waarin de twee zo verschillende karaktertjes, maar ook de manier waarop tekst en tekeningen elkaar aanvullen én tegenspreken voor veel lees-, kijk- én denkplezier zorgen. Want het verhaal is zóveel meer dan in de tekst te lezen staat. Keepvogel denkt dat hij een put graaft tot aan de andere kant van de wereld, maar op de prenten zie je al snel dat het een heel andere kant opgaat: hij komt ongeveer bij zijn vertrekpunt uit. Bovendien tonen de prenten nog iets anders: de verwoed en systematisch rechtdoor gravende Keepvogel mist allerlei vondsten, terwijl Tungsten dicht onder het oppervlak de ene schat na de andere vindt. Het levert een mooie combinatie van humor en filosofische gelaagdheid op. Intrigerend zijn de talloze priegelige, vignetachtige tekeningetjes die over de bladzijden verspreid staan en waarin van alles te ontdekken valt. Wel een beetje jammer dat Tungsten de moraal van het verhaal op het eind nog eens expliciet meegeeft. Voor een Uil weegt dit prentenboek toch net iets te licht.
De boomhut / Ronald en Marije Tolman
Nog voor je De boomhut openslaat, weet je dat je een bijzonder boek in handen hebt. Extra groot formaat, een cover die een en al soberheid is: een grote blauwe walvis, met op zijn rug een witte ijsbeer, en verder water en lucht. Binnenin zorgden Marije Tolman en kunstenaar Ronald Tolman - dochter en vader - samen voor een woordenloos verhaal-in-beelden. Het resultaat van hun samenwerking is adembenemend mooi. Elke prent is een kunstwerk op zich, prachtig, ingetogen, en vol mooie details. Een bladzijde die roze kleurt door een aanstormende troep flamingo’s, een pagina die davert wanneer een neushoorn tegen de boom botst: je kijkt je ogen uit. Ondertussen prikkelen de illustraties de verbeelding en suggereren ze een veelheid aan verhalen en thema’s. De beelden van dit prentenboek zijn zo rijk, zo poëtisch, zo schitterend dat er geen woorden nodig zijn om verhaal na verhaal op te roepen. Als de Uil ergens naartoe vliegt, dan graag naar deze bijzondere Boomhut!