Groeten uit Leiden
Op woensdag 26 mei werd in Leiden voor de 11de keer de Annie M.G. Schmidt-lezing gegeven, een gezamenlijk initiatief van de Faculteit Geesteswetenschappen van de Universiteit Leiden en IBBY-Nederland.
Professor Helma van Lierop opende de lezing, die als doel heeft om de kritische reflectie over kinder- en jeugdliteratuur te stimuleren, met goed nieuws: hoewel enkele jaren geleden de toekomst van het onderzoek naar jeugdliteratuur onzeker leek, mag ze nu aankondigen dat er voor het eerst een volwaardige master in de jeugdliteratuur wordt geïnstalleerd aan de Universiteit van Tilburg. Daarnaast wordt er ook gewerkt aan een nieuwe jeugdliteratuurgeschiedenis, de opvolger voor De hele Bibelebontse berg.
Vlaams auteur en antropologe Marita de Sterck kreeg dit jaar de eer om de lezing te houden. Ze deed dat voor een goedgevulde Lokhorstkerk. Met de titel ‘Amazing distance: vreemd gaan in de jeugdliteratuur’ beloofde het een lezing te worden waarin de Sterck vooral over de grenzen zou kijken, trouw aan haar antropologische roots.
De volksverhalen over inwijdingsrituelen, seksualiteit en maagdelijkheid die ze over de hele wereld sprokkelde en recent publiceerde, werden kundig verweven met haar ervaringen als antropologe. Dat ging naadloos over in beschouwingen over de jeugdliteratuur, waarbij ze meteen ook verbanden legde met haar eigen werk.
De Sterck pleitte met overgave tegen de verburgering en vertrutting van de jeugdliteratuur. Volgens haar is het belangrijk dat kinderen en jongeren in contact komen met oude, waak wrede, verhalen uit onze en andere culturen. Met de publicatie van haar volksverhalen zet ze dit standpunt meteen kracht bij: de verhalen verschenen in twee edities, met verschillende titels – Bloei en Stoute meisjes overal – maar inhoudelijk werd er niks aangepast. Ook aan kinderen worden de verhalen dus ongecensureerd en ongekuist aangeboden. Een statement.
En nee, deze soms schokkende verhalen zijn niet ‘gevaarlijk’. Door hun gelaagdheid krijgen ze pas betekenis in de context van de ontwikkeling van kinderen. Ze bieden een archetypische vorm om te denken over bepaalde thema’s en de humor die er vaak inzit, werkt bevrijdend en maakt de thema’s verteerbaar.
Door de publicatie van de door haarzelf verzamelde volksverhalen wil De Sterck ook stemmen van andere culturele roots laten horen. Ze doet daarmee ook meteen een oproep aan uitgevers om open te staan en oog te hebben voor verhalen uit andere culturen, wars van eventuele economische reflexen.

Deze 11de Annie M.G. Schmidt-lezing zorgde voor stof tot nabesprekingen op de borrel achteraf. Het was dan ook een plezier om naar te luisteren: een mooi verhaal, stevig opgebouwd, doorspekt met volksverhalen, even bezwerend gebracht als de volksverhalen zelf, en hier en daar gekruid met de nodige kritische kanttekeningen. Het was een mooie avond, daar in Leiden.
(Tine Kuypers en Eva Devos)

Volgens I.K. was Hans Andreus indertijd een schrijver die keer op keer die balans wist te vinden, onder meer in zijn reeks rond Meester Pompelmoes. Die meester zit iets verder weg verstopt in mijn geheugen dan de andere boeken die ik in deze rubriek besprak. Maar toch. Als ik zie hoe beduimeld mijn exemplaar van Meester Pompelmoes en de kriebels is en merk hoe snel de verhalen over z’n hangmat, spraakwater of verloren zangstem terugkomen als ik de titels bekijk, dan kan het niet anders dan veelvuldig voorgelezen zijn. Want dat het perfect voorleesmateriaal was, staat als een paal boven water.
Andreus weet met zijn verhalen op veel vlakken een goed evenwicht te bewaren. Allereerst balanceren ze op die grens tussen fantasie en realiteit. De auteur vertrekt vanuit een onderdeel van de alledaagse realiteit, bijv. een ding of een gewaarwording en geeft er vervolgens een fantastische wending aan.
Af en toe laat ik me verleiden tot een romantisch puberboek, om nog eens mee te genieten van die dolle vlinders en de allereerste aanrakingen. Dit boek heeft echter nog veel meer te bieden dan een uitbundige verliefdheid. Bailey, zus van hoofdpersonage Lennie, is erg plots gestorven door een hartprobleem. Lennie voelt zich in de steek gelaten en mist haar zus enorm. Ze vindt troost bij Toby, het vriendje van haar zus. Maar die troost wordt een onwaarschijnlijke aantrekkingskracht waardoor ze in elkaars armen en (bijna) bed belanden. Daardoor voelen ze zich nog slechter en erg schuldig. Ondertussen raakt Lennie verliefd op Joe, die Bailey nooit gekend heeft. Hij maakt haar ongelooflijk gelukkig en laat haar opnieuw genieten van het leven. Maar zo intens omgaan met twee jongens zorgt natuurlijk voor problemen…