Stockholm
En we blijven nog even in Stockholm. Sara Van den Bossche was al eens onze Buitenlandse Correspondent in München, maar ruilde vorige maand de Universiteit Gent in voor het Svenska Barnbokinstitutet.
*

Wie net zoals ik een zwak heeft voor kinder- en jeugdboeken in het algemeen, en voor Scandinavische jeugdliteratuur in het bijzonder, zal zijn of haar hart kunnen ophalen in Svenska barnboksinstitutet (Sbi, letterlijk vertaald Het Zweedse Instituut voor Kinderboeken).
Het instituut is centraal gelegen in Stockholm en – geheel volgens de filosofie van het instituut –gemakkelijk toegankelijk: Sbi wil er zijn voor iedereen, zowel op nationaal als op internationaal vlak. Iedereen die dat wil, kan van Sbi’s middelen gebruik maken. En de omvang van die middelen is ronduit indrukwekkend. Bij Sbi worden namelijk alle kinderboeken die in Zweden uitkomen bijeengebracht. Het gaat hierbij zowel om originele Zweedse werken als om boeken van buitenlandse auteurs in Zweedse vertaling. Daarnaast probeert men ook alle Zweedse kinderboeken die in een andere taal uitgegeven worden te verzamelen.
Het fantastische aan de werking van Sbi is dat al die boeken niet zomaar in de rekken stof staan te vergaren, maar dat ze ook effectief gebruikt worden, en dat op verschillende manieren. Vooreerst leest het personeel van Sbi alle kinder- en jeugdboeken door en trekt het enkele weken per jaar uit om een overzicht te maken van de publicaties van het voorbije jaar. Daarbij worden de belangrijkste tendensen blootgelegd, en de resultaten worden gepresenteerd in de zogeheten “Bokprovning”, waarmee men sinds kort ook op tournee gaat langs verscheidene bibliotheken doorheen het hele land.
Daarnaast worden de boeken ook vlijtig geraadpleegd door studenten en kinderliteratuuronderzoekers. Niet alleen de primaire literatuur bewijst op die manier zijn nut, maar ook de enorme verzameling theoretische literatuur die ter beschikking van het publiek staat, bereikt zo een ruim doelpubliek. Qua secundaire literatuur houdt Sbi werkelijk de vinger aan de pols van het hedendaagse internationale onderzoek naar kinder- en jeugdliteratuur. Zowel recente onderzoeken als onontbeerlijke naslagwerken en klassiek geworden studies zijn voorhanden in de bibliotheek, en dat in verschillende Europese talen. Ook alle belangrijke wetenschappelijke tijdschriften zijn er beschikbaar. Verder houdt Sbi een collectie knipsels uit dagbladen en tijdschriften bij over de grote namen uit de Zweedse kinderliteratuur. Ook deze kunnen vrij ingekeken worden in de leeszaal van de bibliotheek.
Zelf levert Sbi eveneens een belangrijke bijdrage aan de academische studie van kinder- en jeugdboeken met het peer reviewed tijdschrijft Barnboken (letterlijk: Het Kinderboek), dat tweemaal per jaar uitkomt. Het tijdschrift bevat bijdragen in de Scandinavische talen en in het Engels en kan sinds dit jaar integraal online geraadpleegd worden in Open Access.
Uniek aan de werkwijze van Sbi is dat alle inkomende boeken geïndexeerd worden. Daarbij wordt alle primaire én secundaire literatuur voorzien van trefwoorden, die het opzoekwerk aanzienlijk vergemakkelijken. Een ander groot voordeel is het feit dat zelfs tijdschriftartikelen in de – overigens voortreffelijke – digitale catalogus opgenomen zijn en dus zonder enige moeite teruggevonden kunnen worden.
Bovendien komen kinderboeken ook op een andere manier tot leven in dit kinderboekeninstituut, met name in de verschillende tentoonstellingen en lezingen die er georganiseerd worden. Zweedse kinder- en jeugdschrijvers treden maar wat graag naar voren in de vele interviews en debatten over hun werk die regelmatig bij Sbi gehouden worden.
Tot slot vormt het erg bekwame personeel van Sbi een ontzettend grote troef. Ze beantwoorden al je vragen met de grootste kunde – en met de glimlach.
Zelf beschouw ik Sbi als een baken in de woelige wateren die je tijdens een doctoraatsonderzoek soms moet trotseren. Het is een toevluchtsoord waar ik in de best denkbare omstandigheden – met een wereld van kennis binnen handbereik – aan mijn onderzoek over Astrid Lindgren kan werken. Mijn onderzoeksverblijven aan Sbi (tot nu toe twee periodes van telkens ongeveer vier weken) zullen dan ook zonder enige twijfel een onuitwisbare stempel op mijn doctoraat drukken.













