Groeten uit Bologna
Beeld u in: De Antwerpse boekenbeurs. Maal twee.
Denk alle grotemensenboeken weg, alle kookboeken, alle stands van kranten en tijdschriften en dingen die niks met boeken hebben te maken. Vul alle lege plekken op met kinderboeken. Commerciële rotzooi en prachtige boeken van uitgevers met lef. Harde kaft groot formaat prentenboeken, vampierenflutromannetjes, roze glitter, sobere schoonheid. Boeken uit Rwanda en Cuba, Frankrijk en Taiwan, de Verenigde Staten en de Verenigde Arabische Emiraten.
Denk vervolgens alle rijen weg van mensen die staan aan te schuiven voor signeersessies en aan kassa’s. Denk die kassa’s ook maar weg. Vul de lege plekken met heren in kostuums en dames in nette mantelpakjes (en soms wat exuberanter). Stel hen voor, onderhandelend aan kleine tafeltjes over aankoop of verkoop, niet van een boek maar van de rechten op een boek. Tussen de tafeltjes in laveren anderen, met grote kunstenaarsmappen – en vaak ook hun ziel – onder de arm. Zij zijn de vaak jonge illustratoren die hopen op een uitgever die hen zal ontdekken. Op de achtergrond zoemem stemmen in het Engels, het Frans, het Duits, het Italiaans en het Spaans met accenten uit de hele wereld.
Beeldt u het zich in? Welkom dan op de Bologna Children’s Book Fair.
Hebt u trouwens, toen u binnenkwam in de hallen, die grote illustratorententoonstelling gezien? Elk jaar buigt een internationale jury zich over duizenden inzendingen, om daar een 80-tal gelukkigen uit te selecteren voor de tentoonstelling en de bijhorende prestigieuze catalogus.
Zelf ben ik minder onderlegd in het beoordelen van illustraties dan ik zou willen. Rondlopen op deze tentoonstelling (één van de vele op deze beurs) wordt na een tijdje vooral een kwestie van “mooi”, “meh” en af en toe “huh?”.
In het gezelschap van een deskundige rondlopen op de tentoonstelling is echter een eye opener. En als die deskundige bovendien deel uitmaakte van de jury die deze tentoonstelling samenstelde, voel je je helemaal verwend. Ik genoot op de eerste dag van de Bologna Book Fair het bijzondere voorrecht om samen met illustrator en jurylid Carll Cneut door de tentoonstelling te struinen. En Carll, hoe gaat dat in zijn werk, zo’n tentoonstelling jureren?
“Alles begint met een telefoontje. Ze vragen je om deel uit te maken van de jury en beloven daarbij dat je interessante nieuwe mensen ontmoet. Toen ik te weten kwam wie die andere juryleden dan wel waren, moest ik een beetje lachen: behalve de Slovaakse illustrator L’uboslav Pal’o waren het oude bekenden: de Italiaanse uitgever Paolo Canton, de Deense uitgeefster Ellen Seip, en de Franse prentenboekexperte Sophie Van der Linden. Toch was dat een van de fijnste dingen van het jureren: het contact met de andere juryleden. Niet dat er geen discussies waren, maar in het algemeen zaten we toch sterk op dezelfde lijn.”
Voor het jureren zelf kreeg de jury drie dagen de tijd. Het was januari, koud en mistig. Eén van de beurshallen, anders zo levendig en druk, was gevuld met alle inzendingen. 2836 mensen hadden elk 5 prenten ingestuurd: een flinke klus om dat te beoordelen. In een eerste beoordelingsronde bekeek de jury alle inzendingen. Inzendingen die van elk jurylid meteen een ‘nee’ kregen, vielen al meteen af, en dat waren er best veel.
Het ‘buikgevoel’ speelde een grote rol in deze eerste ronde, maar daarna begonnen de discussies, het onderhandelen, en daarbij kwamen de criteria van de jury meer uitgesproken aan bod: de technische kwaliteit, de vernieuwing, de creativiteit en toch ook heel fel: de variatie. De jury wilde een boeiende tentoonstelling samenstellen – niet zomaar de beste prenten selecteren – en dus een staalkaart laten zien waar de hedendaagse illustratiekunst mee bezig is. En soms, zo blijkt tijdens het rondlopen, is een beoordeling ook gewoon heel menselijk: “Hier word ik gewoon heel vrolijk van”.
Traditiegetrouw kandideren vooral jonge illustratoren voor de illustratorententoonstelling in Bologna (dat Ingrid Godon, toch een gevestigde waarde, ook deel uitmaakt van de tentoonstelling is de uitzondering die de regel bewijst). Carll vermeldt de niet noodzakelijk aan te moedigen evolutie dat scholen hun studenten in groep laten inzenden – opvallend is dan dat je vaak van al die studenten dezelfde tekeningen krijgt. En confronterend ook, vindt hij, zelf docent zijnde.
Nog een boodschap voor het thuisfront, Carll? Ja: er zijn veel te weinig Vlaamse inzendingen, vindt hij. Toch maar doen volgend jaar dus. Zoals een niet geselecteerde illustrator, die haar prenten op de beurs kwam ophalen, vanmorgen zei: mijn tekeningen zijn toch maar in Bologna geweest. That’s the spirit!
(Eva Devos)
Ik had u willen meenemen doorheen de tentoonstelling, maar als u de catalogus wil bewonderen kan dat binnenkort in de bib!






Iedereen kent Jip en Janneke, of Pluk van de Petteflet. Bij het voorlezen van die verhalen wordt niet alleen genoten van de tekst, maar zeker zo veel van de illustraties. Fiep Westendorp slaagde er door haar unieke stijl in om onvergetelijke prenten te maken. Veel van haar illustraties bleven bewaard omdat ze ze steeds zelf weer ophaalde bij de uitgevers nadat ze gepubliceerd waren. Meer dan 8000 illustraties werden na haar dood in haar woning gevonden. De mooiste daarvan werden verzameld in Fiep in vogelvlucht, een overzichtswerk van Fieps illustraties. In dit boek kan je genieten van de vele verhalen uit haar leven en van de illustraties die ze toen maakte, voor verhalen in tijdschriften, als reclame voor firma’s of voor een boek.