Max de muis.
Rinus Rups.
Hukkie.
De namen zeggen u misschien niets, maar deze prentjes doen waarschijnlijk wel een lichtje branden.

Deze aangeklede diertjes in een erg menselijke wereld zijn de vaste klanten in Richard Scarry’s omvangrijke oeuvre. Deze Amerikaanse prentenboekenmaker publiceerde meer dan 250 boeken, en werd in 28 talen vertaald.
Als jaren 70-kind was ik dol op Scarry. Onlangs ging ik opnieuw op zoek naar zijn boeken – ze worden nog steeds uitgegeven – om na te gaan of en hoe kindertijdnostalgie botst met de kritische opstelling van een volwassene (wat ik naar verluidt tegenwoordig ben). Mijn eigen exemplaren zijn verdwenen in de nevelen der tijd, maar ik pikte uit de boekencollectie van een hedendaagse kleuter Mijn leuk wereldje mee.
Toen Mijn leuk wereldje in 1969 op de Nederlandse markt verscheen, waren de Nederlandse recensenten laaiend enthousiast.
Miep Diekmann (dé Miep Diekmann) schreef in de Beverwijkse Courant op 22 september 1969:
‘In een werkelijk magnifiek evenwicht tussen illustraties en tekst zet hij kinderen van 8-10 jaar beelden voor uit de hen omringende dagelijkse omgeving, waarvan ze wel eens iets zien, maar waarvan ze nooit de samenhang in het totaal te zien of te horen krijgen. (…) De geslaagde tekst van dit unieke boek wordt afgerond met de opmerking dat al de getoonde projecten alleen maar slagen, als we ze met elkaar aanpakken.’
Mijn leuk wereldje toont Scarry’s aangeklede beesten, zoals Diekmann al zei, druk bezig met allerlei menselijke beroepen die allicht de interesse en nieuwsgierigheid van kinderen opwekken: het bouwen van een huis, het blussen van een brand, hoe de post werkt. Twee dingen vallen meteen op: ik zwicht nog steeds voor de humoristische visuele elementen her en der op de grote kijkplaten, en ik knap meteen af op de teksten, die in een knullig lettertype zijn gezet maar ook inhoudelijk en stilistisch uiterst zwak zijn.
Dat er nauwelijks een verhaallijn te bemerken valt, is eigen aan het concept van het boek maar volgens de vakliteratuur ook typisch voor Scarry. Zweedse kinderboekenspecialiste Ulla Hamar zegt hierover: ‘Het is al heel spoedig duidelijk, dat Scarry helemaal niet kán vertellen. Taalkundig en literair zijn zijn teksten bijzonder simpel. Milieuschildering, karakterbeschrijving en dialoog ontbreken vrijwel geheel. De episoden zijn oppervlakkig en weinig dramatisch van opbouw. (…)’
Het vaak kunstmatige einde dat het Lexicon van de Jeugdliteratuur vermeldt, merk ik ook in Mijn leuk wereldje: ineens zit iedereen samen aan tafel en de tekst klinkt boodschapperig: ‘Denk je eens in wat we allemaal kunnen presteren als we allemaal samenwerken.’
De boodschap ligt er dus nogal dik op (Miep Diekmann vond dat nog positief) – maar soms is er op een onbewuster niveau ook een andere boodschap in het boek geslopen.
Zo haalt het hoofdstuk ‘Moeders hebben het altijd druk’ me het bloed onder de nagels. Het is, niet onbelangrijk, het enige hoofdstuk waarin een vrouw de hoofdrol opneemt.
Zonder gêne staat hier nog: ‘Pa geeft Ma geld, zodat zij boodschappen kan gaan doen. En als Pa haastig naar zijn werk gaat, krijgt hij van Ma een dikke zoen.’ Verder zien we deze moeder die het altijd druk heeft, het ontbijt klaarmaken, afwassen, bedden opmaken, stofzuigen, boodschappen doen en kleren wassen (in een tobbe).

En als vader thuiskomt en in zijn spel het bed van de kinderen molesteert, mag moeder als dank voor haar gewroet haar eenpersoonsbed delen met haar kinders.
Niet verwonderlijk dat de Europese critici uit de late jaren zeventig en begin jaren tachtig strenge oordelen uitspreken over Scarry’s verouderde man-vrouw beeld. Scarry’s papa’s komen welterusten zeggen ’s avonds als hun kinderen in bed liggen en hebben af en toe een plezierige verrassing in petto; Scarry’s moeders staan bij wijze van spreken hun hele leven geduldig op de dorpel van hun huis te wuiven naar hun wederhelft en kroost die vertrekken of thuiskomen. De actieradius van meisjesfiguren is gewoonlijk beperkt; die van jongens ruim en expansief.
Maar er is ook andere kritiek: die op het ‘ongeremde automobilisme’ zoals Ulla Hamar het eind jaren zeventig noemt. De auto lijkt het centrum van het leven – zozeer zelfs, dat de in Scarry’s werk veelvuldige botsingen bagatellen worden: ze zijn gewoon een neveneffect van onze levensstijl waarin de auto zo belangrijk is en hebben uitsluitend een humoristisch effect.

In het verlengde daarvan ziet Ulla Hamar een zeer onkritische houding ten opzichte van ‘moderne’ maatschappelijke problemen zoals luchtvervuiling (waarbij een sigaar als belangrijker oorzaak wordt aangewezen dan rokende fabrieken).
Dat Scarry gefascineerd is door techniek – een fascinatie die ongetwijfeld gedeeld wordt door velen van zijn jonge lezers – wordt al gauw duidelijk in een boek als Mijn leuk wereldje. Een houtzagerij, een cockpit, het aanleggen van een nieuwe weg, een korenmolen, het staat allemaal nauwkeurig afgebeeld. Het hoort bij Scarry’s behoefte om informatie door te geven aan zijn publiek. Dat deze informatie ondertussen sterk verouderd is (en trouwens ook al in 1984 door Ria de Schepper als idyllisch en verouderd werd beschouwd) draagt niet bij tot de houdbaarheid van dit boek.
Tom Schamp noemde onlangs nog Richard Scarry als voorbeeld en inspiratiebron. Ik begrijp dat, en het is inderdaad niet moeilijk de link tussen de oeuvres van beide illustratoren te zien. Dat er weinig evolutie in Scarry’s stijl zit stoort niet als je maar één boek voor je hebt, en de platen zijn geestig en boeiend en prikkelend tegelijkertijd. Maar is dat voldoende?
In 1969 mag dit boek een verdienstelijke poging geweest zijn om de woordenschat van kinderen te vergroten, kennis over bepaalde arbeidsprocessen over te brengen en goede manieren aan te leren; anno 2011 is dit boek zijn houdbaarheidsdatum voorbij. Of ben ik nu te streng? Ah, die nostalgie!
(Eva Devos)
Meer lezen?
Het dierenboek als spiegel van de samenleving / Ulla Hammar. – In: De werkelijkheid in beeld. Dl. 1: Schijn of wezen / Ulla Hammar, Birgitta Josefsson en Kerstin Stjärne. – Nederlands Bibliotheek en Lektuur Centrum, 1982. – p. 7-36
Richard Scarry / Judith Eiselin en Robert Gooijer. – In: Lexicon van de jeugdliteratuur / onder red. van Herman Verschuren [et al.]. – Wolters-Noordhoff, 1982-…
Richard Scarry / Ria de Schepper. – In: Jeugdboekengids, 26(1984)8
[Dit, en meer, is te vinden in de bibliotheek van het Focuspunt Jeugdliteratuur.]