Heel lang geleden waren er twee soorten boeken. Er waren (1) de boeken van Astrid Lindgren, over kinderen in velden, in hooibalen, in riviertjes, in het grote avontuur. Dat leven wou ik zelf leiden. En er waren (2) de boeken van Patricia MacLachlan, over kinderen die op een vensterbank over moeilijke dingen zaten na te denken. Kinderen voor wie het grote avontuur eigenlijk heel klein was. Die boeken wou ik zelf schrijven. Eindelijk Michiel is mijn favoriet (denk ik), met op de cover die jongen in de vensterbank en een kip op schoot. Snippers komt tweede plaats (denk ik), met die eerste zin over die opa die een foto probeert te maken van een koeienvlaai. En Lieve, lange Sarah zweeft overal tussen en rond – maar geraakt in mijn wereld niet op de voorgrond. Ook niet na al die jaren. Als ik het nu herlees vind ik zelfs nogal opzichtig (dat vind ik niet van Michiel en Snippers). Maar let u vooral niet op mij: met Sarah, plain and tall (hoeveel minder plain klinkt dat dan Lieve, lange Sarah?) zette Patricia MacLachlan zich in 1985 resoluut op de kinderboekenkaart.

Ze had al een aantal prentenboeken geschreven en – “she had too much to say to be confined by the 32-page picture book” (Russell, p. 8 ) – een handvol langere verhalen. Ze had al prijzen gewonnen en ze had al respect afgedwongen, maar met Sarah, plain and tall won ze de Newbery Medal en werd ze een ster. De roem werd compleet met de verfilming in 1991, met Glenn Close en Christopher Walken in de hoofdrollen. Patricia MacLachlan schreef het script zelf en paste haar verhaal aan aan een publiek van kinderen én volwassenen – en kreeg er meteen de smaak van screenplay writing mee te pakken.
Sarah, plain and tall was haar eerste boek dat in 1987 in het Nederlands vertaald werd (er zouden er nog acht volgen). En ook in onze lage landen waren recensenten (inclusief de Boekenleeuw-jury) weg van het verhaal over de lieve lange Sarah die vanuit Maine (aan zee) naar de prairie (diep in het binnenland) komt om er een nieuwe moeder te worden voor Anna en Caleb en een nieuwe vrouw voor hun vader. Jaak Dreesen roemde in De Bond de literaire kwaliteiten van het boek: “Ik hou veel van de korte, heldere zinnen van dit boek. Me dunkt, er staat geen woord te veel in. Het zit vol kort, scherpe observaties, en is heel beeldend geschreven.” En hij voegt toe: “Kinderboeken [worden] bij ons zelden of nooit met literaire maatstaven gemeten. Toch moet dat, want een boek is een literair product.” (Twee jaar later zou Eindelijk Michiel, de vertaling van Arthur, for the very first time, als vervolgverhaal in De Bond verschijnen.) In De Standaard was Tilly Stuckens formeel: “Lees dit boek. Het is uniek. Niet alleen vanwege zijn wat ongewone inhoud, of vanwege de vanzelfsprekendheid waarmee de huwelijksadvertentie aan bod komt, of vanwege de fijne toetsen waarmee heel intieme en verwarrende gevoelens worden beschreven… Maar ook vanwege de met groot literair talent weergegeven aangrijpende sfeer van de verafgelegen boerderij en de velden errond.”
Speaking of boerderijen en velden: volgens David L. Russell is Sarah, plain en tall een resolute terugkeer naar MacLachlans roots in Wyoming. Aukje Holtrop was in Vrij Nederland weg van “de geur van pasgemaaid gras, koeiepoep en versgeplukte aardbeien” die ze voelt opstijgen uit Lieve, lange Sarah en Eindelijk Michiel. Sowieso zijn plaatsen en locaties belangrijk in MacLachlans boeken. En dat gaat verder dan het beschrijven van aardige boerenmensen in een uitgestrekt landschap: “All of her writings carry a deep sense of place, of belonging somewhere.” Of hoe Tim in Snippers moet uitzoeken waar zijn plaats in de wereld ligt, met een vader die niet bestaat en een moeder die vertrokken is. En hoe Michiel wat van rust en vrede vindt op de boerderij van zijn oudoom en –tante. Patricia MacLachlan legt echter zelf nog de meest boeiende en veelzeggende link tussen haar roots en haar schrijven: “I think what happens is you write how you grew up. And I was born on the prairie and so everything is kind of spare on the prairie. And so I’m just used to writing in that way. [… ] I like writing small pieces. Somehow it just suits me.”
Lieve, lange Sarah, Eindelijk Michiel, Snippers… zijn zogenaamd kleine verhalen. Het zijn verhalen waar de spanning tussen de regels zit – of zoals Tilly Stuckens schreef over Lieve, lange Sarah: “de spanning is aanwezig in kleine, maar herkenbare nuances en zindert het hele boek door”. Patricia MacLachlan is van het soort auteur dat een leven lang kijkt en observeert. Soms vertaalt ze letterlijk wat ze ziet. Het verhaal van post-orderbruid Sarah is er bijvoorbeeld een uit haar eigen familie. Sarah kreeg al een bijzin in Arthur, for the very first time (dat in Amerika 5 jaar vóór Sarah, plain and tall verscheen), maar ze was “a character that haunted, nagged, or begged MacLachlan to tell her story” (Russell p. 65). Maar vooral weet MacLachlan met al dat kijken en observeren de kleine radartjes in het grote geheel te onderscheiden, “absorbing the experiences and personalities, making the connections, and discovering the relationships.” (Russell p. 1)
De ik van heel lang gelden las in deze kleine verhalen graag een ernst en een droefenis en een eenzaamheid en een groot gevoel voor detail. De ik van vandaag haalt Eindelijk Michiel en Snippers af en toe nog uit te kast om verhalen te vinden die niet altijd gelukkig zijn en soms misschien een tikkeltje achterhaald, maar die heerlijk ruiken naar koeienpoep en kippenstront en die zelfs een vermoeid volwassen hoofd tot rust kunnen brengen.
(An Stessens)
Meer lezen?
Documentatiemap Patricia MacLachlan
Patricia MacLachlan / David L. Russell. – Twayne Publishers, 1997
Lieve Sarah, ‘t is mooi geweest / Karin van Camp. In: Leesidee Jeugdliteratuur 1 (1995), nr. 4, p. 116
Patricia MacLachlan / Marita de Sterck. In: Jeugdboekengids 34 (1992), nr. 9
http://www.publishersweekly.com/pw/by-topic/authors/interviews/article/43625-q–a-with-patricia-maclachlan.html
[Dit, en meer, is te vinden in de bibliotheek van Stichting Lezen.]