DOCTOR DICHTER
vrijdag 27 april
Heel, heel lang geleden, toen schrijver nog een knelpuntberoep was en algemeen werd aangenomen dat een jeugdauteur geen boeken voor grote mensen kon schrijven, leerde ik Bart Moeyaert kennen.
Hoewel Bart met een beetje geluk mijn zoon had kunnen zijn (hoewel niet de zevende) maakten we ongeveer gelijktijdig onze entree in het jeugdboekenlandschap. Als kinderen me tijdens lezingen vragen wie nu eigenlijk mijn Vlaamse lievelingsschrijver is, noem ik nog steeds hartgrondig zijn naam.
Ik herinner me de feesten van de Limburgse kinderjury, altijd op een bloedhete zondag in mei. Terwijl heel Vlaanderen ergens op een strand lag te bakken of langs een bosrand fietste, werden wij jeugdauteurs samen met zo’n vijfhonderd enthousiaste lezers in het Cultureel Centrum tegenover het station van Genk gedreven, kregen vier consumptiebonnen, gaven onze lezingen in verschillende zaaltjes, en wonnen vervolgens net wel of net niet de Prijs van de Kinderjury. Bart was daar altijd en ik ook. Ik zie nog voor me hoe hij eens in een bermuda verscheen met geen sokken in zijn mooie mocassins. Dat was een zeer gewaagde outfit in die dagen, die hem extra publiek opleverde zelfs.
Gisteren droeg Bart een pak met een paarse das, en daaroverheen een toga. Later kreeg hij nog een sjerp over zijn linkerschouder gedrapeerd en een fluwelen baret op zijn hoofd, nadat professor Herman Van Goethem een prachtig laudatio had uitgesproken over de rol van narren en over de lof der zotheid. Op de Universiteit van Antwerpen werd namelijk een Eredoctoraat voor Algemene Verdiensten uitgereikt aan het fenomeen Stadsdichter, vertegenwoordigd door de drieëenheid Tom Lanoye, Ramsey Nasr en Bart Moeyaert.
Dat is niet niks. Dat is zelfs alles. Je zult maar in een rijtje zitten met geleerden van wereldklasse die hun levenswerk hebben gemaakt van elementaire deeltjes en zelfs met een Nobelprijswinnaar.
Ik heb gelachen met het dankwoord van stadsdichter nummer één, was ontroerd door de aandoenlijke woorden van Ramsey, maar de brief die Bart voorlas aan M. uit B. was me uit het hart gegrepen. Ik zou hem (de brief) wel eens willen lenen en fragmenten ervan voorlezen aan een aantal M.’s uit mijn eigen leven. Want of we ons nu in cijfers of in de letters vastbijten, in de kinderboeken of in de grotemensenromans… het komt uiteindelijk altijd goed. Als we maar blijven geloven hebben dat er veel soorten goed zijn.
Bart, nogmaals van harte. Ik ben plaatsvervangend trots.
Dat is zelfs alles.