Auteur Wally de Doncker reisde als lid van het Executive Committee van de International Board on Books for Young People meer dan 10.000 km naar Maleisië. Vandaag en volgende week brengt hij verslag uit van zijn bevindingen.

*

Ik ben nu al een paar dagen in Kuala Lumpur om de vergaderingen van het wereldbestuur van IBBY voor te bereiden en bij te wonen. Hoe vreemd je het ook zult vinden: ik keek niet echt uit naar dit weekje aan de evenaar. De vaccinaties, de lange vlucht en niet in het minst de tropische temperaturen waren voor mij niet aantrekkelijk. Je leeft hier de hele tijd in een broeierige serre. Als je beweegt begin je meteen te zweten. Leuk is anders. Zonder airco zou ik het hier bijna niet overleven.

Maleisië is vooral een moslimland. ’s Avonds hoor je de zangerige gebeden vanuit de minaretten van de prachtige blauwe moskee. Ik geniet ervan, het is zo anders en het heeft iets exotisch. Ik heb me inmiddels al een beetje aangepast aan de Ramadan. Ik eet alleen ’s morgens en ’s avonds na zonsondergang. De Maleisische Ramadan kun je het best vergelijken met onze kerstperiode. Overal in de huizen hangen er lichtjes en pakjes met geschenken. Hoe langer de Ramadan duurt, hoe meer lichtjes aan de gebouwen. Elke avond is het feest. En wij maken er deel van uit. Ik heb al een aantal nieuwe gerechten geproefd: zeekokosnootsoep, een lekkere onbekende vis met geopende muil, paddestoelen met uien… Als niet-moslim mag je gerust een glaasje bier drinken. Geen probleem.

Eergisteren heb ik in mijn eentje de omgeving verkend. Vlakbij ligt een basisschool. De lessen beginnen om kwart na zeven en ze eindigen om kwart na twaalf. Aan deze school staat aan elke ingang een bord met de mededeling dat Westerse kledij binnen de school verboden is. Meisjes zijn verplicht van een lange hoofddoek te dragen, jongens een witte tuniek en een Indonesisch petje. Tja, dit zet de discussie over het al dan niet dragen van een hoofddoek op onze Vlaamse scholen toch in een ander daglicht.

 

Verbod op westerse kledij

 

Met mondjesmaat arriveren de andere EC-leden. Elisa uit Mexico heeft een vliegtrip van veertig uur achter de rug. Moordend.

De uitgevers in Maleisië worden sinds kort geconfronteerd met een dramatische verandering in het tijdperk van de nieuwe media. Om daar een goed en professioneel antwoord op te geven startte de Faculteit van Communicatie- en Mediastudies met een nieuwe bacheloropleiding ‘Publishing’. Studenten die willen opgeleid worden als redacteur, professionele uitgever, mediaspecialist of webmaster krijgen daarvoor een meerjaarse opleiding.

Om deze studenten in te leiden in de internationale kinderboekensector werden er gisteren twee leden van het wereldbestuur van IBBY uitgenodigd op een forum met de titel ‘Book writing and reading in the new media age’.

Met een taxi werden we naar de universiteit gebracht. Het leek wel een ministeriële ontvangst. Een hele crew van afgevaardigden stond ons op te wachten. We werden door een rij van flitsende camera’s geleid. Na het schudden van handen werden we opgewacht door een aantal professoren. Zij wilden vooraf kennismaken met ons. Een professor vertelde me ernstig dat hij ooit geprobeerd had om een kinderboek te schrijven. Hij is ermee gestopt want het was te moeilijk. Daarom schreef hij nu maar academische boeken. Grappig. Het is me trouwens al eerder opgevallen tijdens gesprekken. Heel wat universiteitsprofessoren bewonderen het feit dat iemand fictie schrijft.

Daarna werden we in een propvol auditorium met studenten geleid die vol enthousiasme en ongeduld op die IBBY-afgevaardigden van de andere kant van de wereld zaten te wachten. Eerst kregen we een vrolijke verwelkoming door twee laatstejaarsstudenten. Vervolgens : een welkomstwoord door de rector, een lang gebed (in het Arabisch en daarna in het Engels), rechtopstaand het volkslied van Maleisië, een lange stilte, het volkslied van de regionale staat om te eindigen met het officieel doorknippen van een lint. Na een powerpoint projectie over de werking van de faculteit kreeg Reina Duarte, ondervoorzitter van IBBY en uitgeefster, uiteindelijk het woord. Ze vertelde over haar uitgeversschap in Spanje. Ze wil vooral boeken maken die ze eens in haar leven zelf wil gelezen hebben. Uitgeven is, volgens haar, vaak een subjectief gegeven. Daarom is het ook niet zo verwonderlijk dat het manuscript van Harry Potter door bepaalde uitgeverijen afgewezen werd. Het fantasiegenre was voor het Pottertijdperk niet erg gewild. Nu verkoopt het als zoetje broodjes.

James Tumussiime uit Oeganda, EC-lid van IBBY, uitgever en boekpromotor, kwam anderhalf uur te laat. Maar hij was zich van geen kwaad bewust. Ik vermoed dat laatkomen in Oeganda eerder een gewoonte is. Volgens hem is het keihard werken om als uitgever in Afrika te overleven: de verschillende tientallen talen, de verschillende religies en de concurrentie van de internationale uitgeversgroepen maken het uitgevers vaak zeer moeilijk.

 

Reina Duarte & James Tumusiime

 

Alles werd afgesloten met het uitdelen van een ereteken van de universiteit voor de gastsprekers Reina en James en de begeleidende professoren. Reina was de ster van de avond. Daarna de officiële fotosessie van de hele groep. Van de afgevaardigden van het EC. Tientallen foto’s.

Daarna kregen we nog een buffet voorgeschoteld. Op het einde kreeg ik de vraag of ik vrijdagavond tijdens een paneldiscussie opnieuw wou aanwezig zijn in dezelfde universiteit. Ze vonden mijn invalshoeken wel interessant. Ik heb dan maar toegezegd. Twee keer weigeren zou onbeleefd zijn. Ik zie wel.

Vandaag wordt er al vergaderd over de IBBY-ASAHI-award (een tweejaarlijkse prijs voor een leesbevorderingsproject). Morgen beginnen de echte EC-vergaderingen. Ik ben er klaar voor.