Eerst is er al dat dienblad. Moet je bij het binnenkomen nemen. Een groot als je voor het hele assortiment gaat, een klein als je voor een kleinigheidje komt. Als je nu niet ineens je bestek meeneemt heb je je kans verkeken. Het werkt op mijn gemoed. Het is een combinatie van ik weet niet wat allemaal maar het heeft te maken met een triestheid, een honger naar vol-au-vent en een sociaal isolement. Ik kan er niet tegen, word er droevig van en kan het arriveren van massa’s neutrale gezichten niet verdragen. Waarom lijkt niemand blij in een zelfbedieningsrestaurant? Je kan de meest rose aarbeienpuddinkjes kiezen, de grootse rijstvlaaien en de bruinste boomstammetjes met purree. Je hebt een enorm toestel met alle soorten drankjes in alle soorten glazen. Je kan nog extra mayonaise, suiker, melkjes en servietten nemen aan de kassa en toch…

Niemand is blij in een zelfbedieningsrestaurant.
Een mama, een papa en minimum twee, maximum drie kinderen. Een heel oud koppelt. Twee beste vriendinnen met (haar)problemen. De een slentert achter de andere van de kroketten naar de saladbar. Er wordt verdacht weinig gepraat. Laat staan gelachen. Je eet, je drinkt, je eet, je drinkt je glas leeg, je wacht even en dan zet je je dienblad op het afruimrek.