Nog Porselein
Als ik wakker word, is ze al vertrokken. Haar bed is opgemaakt. De kamer baadt in hetzelfde schemerlicht als altijd. Op de tafel staat een bord met brood en een beker melk. De deur is op slot.
Ik kleed me snel aan zonder me te wassen. Ik wacht. Ik eet. Ik drink.
Ik teken een mannetje dat in de lucht springt.
Ik denk aan Maurice. Zou hij me missen?
Verlangt hij naar mij zoals ik naar hem?
Het meisje komt de kamer binnen. Even valt iets van daglicht binnen. Ze ruimt de tafel af. Ik vraag haar wanneer ik naar buiten mag. Ze slaat haar ogen neer.
Ze vertrekt. Weer een streep licht. Ik houd me in om niet naar buiten te glippen.
Dan ben ik weer alleen.
Ik teken een auto.
Het is een sportwagen.
