Op donderdag 2 februari ligt er nog geen sneeuw, maar bar koud is het wel. Verder is het de dag waarop Locus en Stichting Lezen in Antwerpen een studiedag over leesbevordering organiseren voor bibliotheekmedewerkers. De dag krijgt een naam en heet De Grote Verleiding. Want over verleiden gaat het. Lezen is goed voor (jonge) mensen, leerrijk en bovenal plezierig, en daar moeten wij hen van overtuigen – oftewel: verleiden.

Er is een praktijkmarkt met te veel concrete verhalen van te veel enthousiaste mensen om zomaar even op te sommen. Er zijn filmpjes die het hart van een bibliotheekmedewerker harder doen kloppen – en die u hier (opnieuw) kunt bekijken. En er zijn zes lezingen die de theorie netjes aan de praktijk knopen. Een impressie in een stuk of wat citaten:

(*) Michèle Petit is overgekomen uit Frankrijk om de dag te openen. Ze spreekt in volzinnen en zegt onder meer:

“Volgens de lezers is het niet de bibliotheek noch de school die hen zin heeft doen geven in lezen, om te leren, te fantaseren en te ontdekken. Het is daarentegen een leerkracht, een bibliothecaris, een animator, die gepassioneerd en nieuwsgierig zijn verlangen wil delen, en die vanuit de reflectie over zijn werk, deze passie overbrengt in een relatie waarbij elkeen zich geraakt, en op bijzondere en verpersoonlijkte wijze, aangesproken voelt.”

Die leerkrachten, bibliothecarissen en animatoren (kort samengevat: het publiek in de zaal) noemt ze culturele veermannen. Die term blijft hangen. Zo noemen we ons graag. (Haar volledige lezing leest u hier.)

(*) Kinderpsychiater Winny Ang koppelt de ontwikkeling van kinderen aan de manier waarop ze lezen. Over de grenzeloze fantasie van kleuters zegt ze:

“Fantasie is geen vervalsing van de werkelijkheid, het is een verrijking van de werkelijkheid, een manier om de wereld te percipiëren en aan te vullen.”

(*) Adriaan Langendonk is projectleider van het Nederlandse Kunst van Lezen dat leesbevordering structureel wil verankeren in het beleid en daarom leesbevorderingsnetwerken op zet. Voor bibliotheken kan dat dit betekenen:

“De bibliotheek [richt] zich op een toekomst waarbij de uitlening van boeken nog steeds belangrijk is, maar waar ook steeds meer maatschappelijke taken buiten de muren van de bibliotheek wachten. Bijvoorbeeld door actief aanwezig te zijn als leesconsulent op de school, op het consultatiebureau of bij het kinderdagverblijf. De bibliotheek levert de titels, presenteert ze aantrekkelijk, zorgt voor een goede ontvangst en ondersteuning van leerkrachten, ouders en kinderen in het filiaal maar ook bij de instellingen zelf. En de bibliotheek betrekt de lokale overheid bij deze actieve aanpak.”

(*) Majo de Saedeleer en Gerlien van Dalen zijn als directeuren van Stichting Lezen Vlaanderen en Nederland vier handen op één buik. Ze zeggen en tonen:

“Het tij van de ontlezing is te keren door een structurele aandacht voor lezen en leesbevordering. We moeten de passie voor lezen bij kinderen en jongeren ontwikkelen en leesplezier is hierbij de sleutel. Een solide basis leg je door jong te beginnen en daarna nooit meer los te laten.”

(*) Leesjuf en zorgcoördinator Hedwige Buys verzet met haar open blik, haar toeziend oog en haar jarenlange ervaring bergen en dalen. Zij vertelt wat leesbevordering bij op haar school en in haar boekenklas betekent. En als ze zich afvraagt of dat allemaal eigenlijk wel zin heeft, krijgt ze post van een oud-leerling:

“Het is… uw schuld?, dankzij u?, dat ik mijn interesse voor taal heb ontwikkeld, tot het punt dat ik schrijfster wil worden of vertaler (of de twee) en hoogstwaarschijnlijk talen ga studeren. Daarom, danku. Ik ben tot het inzicht gekomen dat ik zonder u waarschijnlijk anders zou zijn geweest. Misschien gewoon ik zonder literaire anekdotes, maar ik geloof dat het dieper gaat dan dat.”

(*) Bart Moeyaert ten slotte haalt Adam en Eva erbij:

“Ik zorgde ervoor dat er een bries van gegiechel door het bos waaide, en wenste dat de wind zou aantrekken tot een hoos. Ik wenste dat het lawaai boven de warrelende wolk stof en blaadjes zou uitstijgen en dat het dan zou zijn alsof het geluk in ons kielzog naar beneden dwarrelde en het nog dagen zou duren voor alles was gaan liggen. Straks, bedacht ik onder het hollen, straks zal het heerlijk zijn als ik de vrouw in mijn armen vang en ze zich sputterend, maar al te graag overgeeft. Ze zal inademen als ik uitadem. Er is niks fijner dan deinen en alles vergeten, onder onze zakdoekenboom, tussen de dieren, huid tegen veren tegen vacht.
‘Ik heb je, ik heb je!’ riep ik.
Daarna draaide ik me om. Ik verwachtte dat de vrouw naar me toe zou komen lopen, of nee: tegen me op zou botsen, en dat we lachend over de grond zouden rollen.
Maar ik stond met mijn armen wijd open naar een leeg landschap te kijken.”

En hij benadrukt vooral dat er in al dat geprobeer tóch altijd wat gebeurt, ook al lijkt het alsof Eva maar wat achter de struiken blijft hangen.

(An Stessens)

Meer lezen? Het verslag van Locus vindt u hier.