Parijs
Enkele jaren geleden bezocht ik een tentoonstelling de Nationale Bibliotheek François Mitterand in Parijs. Ik was erg onder de indruk van de gigantische site die in 1996 opengesteld werd voor het publiek: een rechthoekig plein van ongeveer 60.000 m², waarvan de hoeken worden gevormd door vier L-vormige torengebouwen, met middenin, in de diepte, een park van zo’n 12.000 m². In de (kritische) volksmond wordt deze bibliotheek trouwens ‘la TGB’ genoemd: la Très Grande Bibliothèque, naar analogie met de TGV, en dat verbaast me niet. De vier torens symboliseren elk een opengeslagen boek. Ook de publieksruimten die ik toen bezocht hadden een grandeur en een uitstraling die volledig in lijn lag met de verwachtingen over Mitterands laatste prestigeproject.


Toen de afgevaardigde van IBBY-Frankrijk me onlangs op een internationale IBBY-bijeenkomst uitnodigde om een bezoek achter de schermen van de Bibliothèque Nationale de France, hoefde ik niet lang na te denken. Alle redenen om een citytripje naar Parijs te boeken zijn goed genoeg en dit was een uitstékende reden.
Op een ijzige winterochtend werden we verwacht bij een dienstingang van één van de vier boekentorens. We steken de grote esplanade over: het is er tochtig, glad en koud. Bij het binnenkomen valt meteen op hoezeer de sobere inrichting van de personeelsafdelingen afsteekt tegen de prestigieuze inrichting van de publieksgedeelten. Een smal gangetje, een nog smaller tafeltje, en een portier/veiligheidsdame die onze identiteitskaarten opvraagt. De afwerking van het interieur neigt naar casco – uiterlijk vertoon is hier niet aan de orde, maar wellicht lag het kostenplaatje voor deze TGB al hoog genoeg. Al gauw komt onze gastvrouw, Hasmig Chaninian, ons bij het onthaal oppikken voor een rondleiding doorheen de bibliotheek, en in het bijzonder langs het Centre nationale de la littérature pour la jeunesse: la Joie par les Livres.

La Joie par les Livres bestaat al sinds 1965 maar werd in 2008 geïntegreerd in de Bibliothèque Nationale de France. Ze behielden daarbij hun zelfstandig functioneren, maar wonnen aan bestaanszekerheid en alle voordelen die een grotere structuur biedt – en een ambtenarenstatuut voor het personeel.
Hasmig stelt ons voor aan haar ruim 20 collega’s, die instaan voor de waaier aan functies en taken van La Joie par les Livres. De organisatie verzorgt publicaties over jeugdliteratuur (waarvan het tijdschrift La Revue des Livres pour Enfants wellicht het bekendste is) en organiseert allerhande vormingen. Er wordt een stevig buitenlands netwerk onderhouden: La joie par les livres is tegelijkertijd de Franse afdeling van de International Board on Books for Young people en van de IFLA sectie Libraries for Children and Young Adults. Ik begroet oude bekenden, nieuwe mensen en mensen die ik alleen van naam ken. Het valt me op dat alle kantoren van kinderboekenmensen er fundamenteel hetzelfde uit zien: affiches en illustraties verdringen elkaar tegen de muur en op kastdeuren, postkaartjes kleven tegen computerschermen, en overal heerlijke stapels boeken. Zoveel verschil is er dus niet tussen Parijs en Antwerpen, wat dat betreft.
We dwalen verder door de publieksruimten en de personeelsruimten van de BNF. Langs de sport- en fitnesszaal, die alle personeelsleden mogen gebruiken, maar verplicht wordt bezocht door de 52 brandweerlieden die permanent zijn gestationeerd in één van de vier torens. Langs de Globes van de Zonnekoning. De ene stelt de aarde voor, de andere de hemellichamen en beide zijn ze adembenemend. Sinds 2006 staan ze hier gratis en voor niks te kijk voor iedereen die de bibliotheek bezoekt. (Alleen al daarom zou de BNF bij uw volgende Parijsbezoek een verplichte stop moeten zijn.)
En dan hebben ze ook nog hun bibliotheek. Meer dan 250 000 banden, waaronder de volledige Franse kinderboekenproductie sinds de jaren zestig, een representatieve keuze van de Franstalige productie uit Zwart Afrika en de Arabische wereld, een collectie vakliteratuur, en een collectie preciosa. We struinen door het gigantische magazijn met zijn volgestouwde compactussen. Indrukwekkend, maar niet half zo indrukwekkend als de prachtige leeszaal. De leeszaal… als ik niet zoveel zelfbeheersing had zou ik er stikjaloers van worden. Eén van de 10 leeszalen van de Bibliothèque Nationale (die samen in 1500 werkstations voorzien) is volledig gewijd aan kinder- en jeugdliteratuur. Een bewijs dat de kinder- en jeugdliteratuur dankzij La Joie par les Livres een onmiskenbaar respectabele positie heeft verworven in de BNF.


De enorme, rustige, lichte ruimte, met 56 zitplaatsen herbergt een stevige collectie vakliteratuur, een zeer uitgebreide collectie hedendaagse Franstalige jeugdliteratuur en een behoorlijke collectie in andere talen. Daarnaast is er onder meer nog een bijzondere collectie met sprookjes en volksverhalen uit alle werelddelen, en wat mijn hart sneller deed slaan: ‘de ideale bibliotheek’, een uitgelezen selectie van zo’n 3600 boeken die de mensen van La Joie par les Livres essentieel vinden voor elke openbare bibliotheek en die trots apart staat opgesteld. Er zijn kleine thema-etalages die een stukje van de collectie in de kijker zetten en op gezette tijden wordt de statige leeszaal opengesteld voor kinderen en hun ouders.

Ik kijk rond en geniet. Zelfs de stoelen zijn volledig in stijl met de rest van de inrichting. Hasmig beaamt dat de interieurarchitect de gehele ruimte (en overigens alle leeszalen) onder handen heeft genomen, met soms ook minder handige gevolgen: als een van de mooie, speciaal ontworpen stoelen het begeeft, moet er gewacht worden op een nieuw exemplaar, want het is strikt verboden om een willekeurige stoel in de plaats te zetten. Dat design niet altijd even handig is in de praktijk, bleek ook die keer dat het sneeuwde en de esplanade herschapen werd in een spekgladde ijspiste, en de geleidelijk aflopende ramp naar de ingang van de bibliotheek in een levensgevaarlijke glijbaan, verklapt Hasmig. Ach ja, het is overal wel wat.
(Eva Devos)