Over mensen en dingen die voorbijgaan
Ik hou van oude kerkhoven, wandel er graag rond. Waarom is moeilijk te zeggen. Het heeft voor een stuk te maken met de rust en de contemplatieve sfeer die je ook in kerkgebouwen vindt. Maar het is meer dan dat. Het is, hoe eigenaardig het ook moge klinken, alsof je op bezoek gaat bij mensen die al lang wachten op een teken van leven.
Het eindpunt is niet wanneer je sterft. Het eindpunt is – misschien – wanneer je vergeten bent. Zet dat me ertoe aan om langs de graven van volslagen vreemden te lopen, hun namen te lezen, uit te rekenen hoe oud ze geworden zijn?
Het oplezen van de namen, de jaartallen, het bekijken van de foto’s van mensen die je nooit hebt gekend, doet iets met je. Even neemt de overledene bezit van je gedachten, ergens zoekt hij of zij een plekje in je hoofd. Als je aan hen denkt, komen ze weer tot leven, ze bestaan. Je kunt je geen precieze voorstelling maken van hun leven, maar je vraagt je wel af hoe zij waren.
Het is een vreemd iets, doodgaan. Al die kennis en ervaring die je hebt opgebouwd, verdwijnt op slag, alsof je een rolluik met een harde klap laat neerzakken op het einde van de dag. Waarom doen wij zoveel moeite om te leren, te ondervinden, om wijsheid te vergaren, als je uiteindelijk toch alles uit handen moet geven?
Daarstraks bezocht ik het graf van een vriend van mijn zonen. Hij moest nog 25 worden. Ireëel, niet te vatten. We missen hem. Op geregelde tijdstippen denk ik aan hem. Hij bestaat niet alleen in mijn hoofd, maar ook in het hoofd van alle anderen die hem hebben gekend. Zonder hem waren we andere mensen geweest. Verleg een steen in de rivier, en de loop van het water is anders. Jeroen Brouwers schreef zo mooi: ‘Niets bestaat dat niet iets anders aanraakt.’
Er liggen ook oud-strijders op dat kerkhof. Eén ervan werd gefusilleerd in 1944. Je blijft staan bij dat graf, vraagt je af hoe het was, wat hij dacht en voelde op dat laatste moment, hoe het verder moest voor wie achterbleef. Een andere oud-strijder was getrouwd geweest met iemand die Jessie Turnbull heette. Was zij een Britse? Een Amerikaanse? Thuis tik je de namen in Google in, omdat je hoopt meer sporen te vinden.
Op het kerkhof ligt ook de schrijver Karel Jonckheere begraven. Het indringende grafschrift is van zijn hand:
Ik blijf leven zonder tijd
weiger zelfs te zijn geboren
mijn volstrekte eeuwigheid
zal niet eens de dood verstoren
Er zit geen troost in die woorden. Literatuur troost nu eenmaal niet in het aanschijn van de dood. Ze klinkt hol als je haar daarvoor gebruikt. Literatuur kan evenmin je eigen angst voor de dood bezweren. Hooguit is het een soort virtuele watergewenning, een oefening op het droge. Zwemmen in het diepe zullen we er niet mee leren. Alleen, ze zingt zo mooi.
Noot: de titel van dit stukje verwijst naar ‘Van oude menschen, de dingen die voorbijgaan’ van Louis Couperus
Enkele interessante links:
www.hasselt.be/content/content/record.php?ID=286
‘Literatuur troost nu eenmaal niet…’ vind ik wel een boute bewering, Gerda. Of ben je het woordje ‘mij’ vergeten?
Bij mij staat ‘literatuur’ zeer hoog genoteerd op het lijstje van troostartikelen, in de top drie zelfs!
Lieve groet,
Diane
Comment on 29/08/2008 @ 09:36
Dag Diane,
Wellicht hebben we het hier allebei over een andere invulling van troost. Ik denk dat literatuur de pijn van het sterven niet kan wegnemen wanneer we met de dood worden geconfronteerd, hooguit wat verzachten achteraf. Ik denk dat ik het eerste in mijn hoofd heb, terwijl jij aan het tweede refereert?
Zeker wanneer je iemand wilt troosten bij een overlijden heb je op dat moment alleen maar je eigen schamele en onhandige en soms zelfs verkeerde woorden, dan ga je niet zwaaien met literatuur, dat zou hol klinken. Op andere momenten is het misschien rustgevend om over de dood te lezen -in die zin een ‘troostartikel’ misschien? – maar ik denk dat mooie woorden op zich niet volstaan om je te verzoenen met het sterven. Daar komt meer bij kijken, wat je allemaal meemaakt, ziektes, gebeurtenissen, wie er om je heen is enzovoort.
Maar in de tekst moest staan ‘in het aanschijn van de dood’, zie ik. Ik heb het aangevuld. En dat is inderdaad mijn persoonlijke mening. Vele groeten, Gerda
Comment on 29/08/2008 @ 13:12
Wat ik bedoel en al vaak ervaren heb, lieve Gerda, is dat ware schoonheid (dus ook literatuur)altijd troost. Daar wil ik ook in blijven geloven.
‘Troostend’ is overigens het predikaat dat heel vaak valt bij mijn boek ‘De Buitenkant van Meneer Jules’, dat jij graag mee naar een onbewoond eiland wilt nemen.
Lieve groet en nog veel inspiratie in dit laatste zonnige vakantieweekend,
Diane
Comment on 30/08/2008 @ 09:06
Ware schoonheid kan inderdaad troostend zijn, maar ik denk niet dat je troost in literatuur ervaart wanneer iemand sterft, wel voor en na, denk ik. Bij een sterfgeval ben je gewoon verdrietig, opstandig, wat dan ook. Dan heb je niet meteen een boodschap aan de troost die literatuur kan bieden. Ik geniet dus nu wel van de troost van meneer Jules, maar mocht mijn man of iemand anders die me dierbaar is, sterven, dan zal meneer Jules mij op dat moment niet kunnen troosten, hoe mooi ik dat boek ook vind. Misschien later wel, maar nee, niet dan. Dat is wat ik wou zeggen.
Ik weet niet of ware schoonheid altijd troost. Daar moet ik nog eens over nadenken.
Bedankt voor de lieve wens. De inspiratie zal nu echter voor schoolse activiteiten moeten dienen
Comment on 30/08/2008 @ 16:30