Ik ben een lezing aan het voorbereiden voor in de Leidse bibliotheek, over poëzie, want dat is het thema van de Nederlandse Kinderboekenweek, die altijd langer dan een week duurt. De Nederlandse CPNB die de Kinderboekenweek in oktober organiseert had me gevraagd een kronkelige kreet te bedenken. (Dat ‘kronkelige’ zet ik erbij, omdat ik dan met mijn blog eens in de categorie ‘Kronkels’ kan vallen. Er is ook een categorie ‘Alles en niets’, daar wil ik ook wel in).

Er moest een versje bij:

Soms kun je zinnenverzinzin hebben:
zin om de zinnen die zingen vanbinnen
naar buiten te spinnen als spinnen hun webben.
Zodra je begint is er al een begin,
een zinnenvanbinnenverzinzinzin.

Overigens is de CPNB een instituut dat vooral de verkoop van boeken bevordert, terwijl de Vlaamse organisator van de Jeugdboekenweek, Stichting Lezen, vooral het lezen stimuleert.

Als ik hier nu nog een wetenswaardigheid aan toevoeg, hoor ik eigenlijk al wel in de categorie ‘Alles en niets,’ denk ik zo.

Wetenswaardigheid (vanwege de stad Leiden waar ik naartoe moet): na de val van Antwerpen bestond meer dan de helft van de Leidse bevolking uit Vlaamse vluchtelingen. Einde wetenswaardigheid.

(Daar zullen trouwens nog wel veel nazaten van zijn, die zich nu heel Hollands voelen).

Dit was alles. Verder krijgt u vandaag niets. Enfin, nog een hartelijke groet, dat wel, want u heeft dit gelezen, tot het laatste woord.
(dat ‘woord’ was)
(maar nu ‘was’ is).
(nee, ‘is’).